title




20/10/2009



Ivan

De Amerikaanse topeconoom Jeffrey Sachs is in het land. Morgen brengt hij een bezoek aan het parlement waar hij een uiteenzetting zal geven over Global Responsibilities for Global Health Rights. Intussen liet hij in De Tijd ook zijn groot licht schijnen over de financiële crisis. Volgens Sachs hebben we hier in Europa te lang het Amerikaans model gevolgd, met desastreuze gevolgen. Ze zullen het ongetwijfeld graag horen daar in Kamer en Senaat. De rode loper ligt al klaar. Dat verdomde Amerikaans model is immers baaaaaaaad nietwaar.

Sachs weet met zijn woordgebruik overigens de juiste Europee snaar te raken. Hij spreekt over "het ongebreideld Amerikaans marktkapitalisme". Ongebreideld, Amerikaans, markt, kapitalisme. Dat is net iets te veel van het slechte. Maar klopt het wel? Is dat Amerikaans model er één van ongebreideld marktkapitalisme? Laten we eens de twee sectoren die de crisis hebben veroorzaakt wat van dichterbij bekijken, zodat we kunnen vaststellen hoe ridicuul de terminologie is die Sachs gebruikt.

Eerst de financiële sector. Ongebreidelde markten zijn ongetwijfeld markten waar er noch toedredings- noch uittredingsbarrières zijn.  Ondernemingen kunnen vrij worden opgericht, en verdwijnen vanzelf wanneer ze te veel verlies maken. In de financiële sector evenwel is noch het eerste, noch het laatste het geval. In de V.S. net zo min als in Europa. Zowel hier als in de Verenigde Staten zijn banken blijkbaar meestal "too big to fail". Wie hier wiens model heeft overgenomen, is overigens nog maar de vraag.  Hoe dan ook, geen enkele financiële instelling van enige omvang, zal zonder slag of stoot failliet kunnen of mogen gaan.  Vrijwel altijd komt de staat tussen. Het is geen nieuw fenommen. Het begint al in de jaren tachtig van vorige eeuw. Veel Amerikaanse banken hebben geld geleend aan ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika. Wanneer in Latijns-Amerika een financiële crisis losbarst, schorten betrokken landen hun terugbetalingen op. Verschilllende banken worden insolvabel. Stuk voor stuk worden ze evenwel gered.

Zelfs kleine banken mogen af en toe al eens rekenen op de gulle hand van de overheid : National Bank of Washington wordt gered in 1990. Het is op dat moment nummer 250 qua omvang.  Een ongebreidelde toepassing van "too big to fail", ongetwijfeld, maar dat lijkt nu net het tegenovergestelde te zijn van een echt marktkapitalisme.

Vervolgens wordt eind jaren 90 door een zekere Alan Greenspan een reddingsoperatie op touw gezet voor Long Term Capital Management, een hefboomfonds. Niet dat het faillissement het financiële systeem zou doen instorten. Maar de schuldeisers moesten wel hun geld terug krijgen. Commentatoren noemen dat wel eens socialisme, maar dan socialisme voor de rijken. Andere gebruiken zelfs de term fascisme. Sachs lijkt echter te denken dat deze sociale zekerheid voor banken ongebreideld marktkapitalisme is.

Tijdens de jongste crisis zet dat "marktkapitalisme" zich overigens door. Zo worden Bear Stearns, Freddy Mac en Fanny Mae gered. Ook hier mogen de schuldeisers niet in de kou blijven staan. AIG wordt gered want hier is Goldman Sachs (geen relatie met Jeffrey hoor) de grootste schuldeiser. En die moeten hun bonussen kunnen blijven uitbetalen. En Lehman Brothers dan? Inderdaad. Maar dat is een uitzondering, en dan nog één die de regel bevestigt. Een markt die zo gewend is geraakt aan het feit dat de overheid grote financiële instellingen altijd zal redden, kan niet anders dan crashen als men zonder boe of ba het geweer van schouder verandert. Iemand die dit marktfalen noemt, moet zich toch eens afvragen of dit ook zou gebeurd zijn indien de overheid zijn handen er vanaf het begin had afgehouden, en de markt ongebreideld had laten spelen.

Een ultrakeynesiaan als Hyman Minsky noemde ons huidig financieel systeem niet voor niets "money manager capitalism". Met laissez-faire had dit volgens Minsky niets te zien.

De Amerikaanse huizenmarkt dan. Om te beginnen is er de rol van Freddy Mac en Fanny Mae, twee semi-overheidsinstellingen.  Hun rol op de huizenmarkt werd de voorbije decennia alsmaar groter: in 1990 bezitten de twee nog geen 5% van de hypothecaire markt. Tegen 2002 is dat opgelopen tot ruim 20%, waarna hun aandeel opnieuw begint te dalen. Zowat 15% van de portefeuille bestaat uit rommelkredieten. 

Verder gaf de overheid graag subsidies aan financiële instellingen die hypothecaire kredieten vestrekten, zelfs wanneer dit grotendeels rommelkredieten bleken te zijn: de Federal Home Loan Banks (FHLB). Banken die op de gulle hand konden rekenen: Washington Mutual, Countrywide Bank en…Citibank, ook in ons land allerminst onbesproken. Indy Mac ten slotte financierde zowat de helft van zijn activa met middelen afkomstig van FHLB. Is het ongebreideld marktkapitalisme indien de overheid het verstrekken van rommelkredieten en het verlagen van leningstandaarden subsidieert? Volgens Sachs blijkbaar wel.

Sachs is en blijft een topeconoom. Maar zijn economische inzichten worden meer en meer vertroebeld door zijn politiek engagement vrees ik.


Geplaatst in : Economie  |  Permalink  |  Reacties (0)


19/10/2009



Ivan

Het referendum gisteren over de Lange Wapper leverde dan toch nog een zeer verrassend resultaat op. Maar liefst 40% van de kiezers stemde voor het project. Ok, dat is veel minder dan het aantal nee-stemmers, maar toch nog indrukwekkend gezien de samenstelling van het kiespubliek. Kiespubliek vooral afkomstig uit de backyard van de brug, en het "not-in-my-backyard"-syndroom is hoegenaamd geen mythe. Bovendien is er geen project dat meer omstreden is en negatief in het nieuws geweest dan de Lange Wapper. Ik ken in elk geval geen andere. Het leek wel Murphy daar bij de BAM: alles wat mis kon lopen, liep mis. En dag nog 40% halen. Prachtig resultaat. Wat zou het niet geweest zijn, als men het allemaal wat intelligenter had aangepakt!

Helemaal niet verrassend was weer het geklaag over het systeem van referenda. Persoonlijk ben ik voor referenda. Ik vind het niet meer dan normaal dat je over belangrijke zaken - zoals een grondwet - de bevolking raadpleegt. Maar het is ook niet meer dan dat: een volksraadpleging. Uiteindelijk ontslaat dit de politici er niet van om hun verantwoordelijkheid te nemen. Velen klagen nu omdat de uitslag van deze volksraadpleging hun niet aanstaat. Met zulke reactie tonen die mensen in de eerste plaats zelf aan hoe ondemocratisch ze wel niet zijn. Het zijn inderdaad doorgaans dictators die verkiezingen afschaffen omdat de uitslag hen niet aanstaan.

Gelukkig zijn er ook meer serieuze argumenten, maar ook dan snijden ze niet noodzakelijk hout. Zo is er de opmerking dat 80.000 Antwerpenaren door de afwijzing van de burgvariant, heel Vlaanderen blijven opzadelen met onnoemelijk fileleed. Tachtig duizend Antwerparen gijzelen 6 miljoen Vlamingen. Zoiets. Dezelfde klacht hoorde je naar aanleiding van het Ierse referendum over de Europse grondwet - of tenminste de afgezwakte versie daarvan. Die verdomde pro-Amerikaanse Ieren gezijlen zomaar de rest van Europa dat echter vooruit wil. Maar dat is natuurlijk geen argument tegen referanda op zich, maar wel om een raadpleging te organiseren op het niveau waar het thuishoort. Als de Lange Wapper-brug een impact heeft op gans Vlaanderen dan moet gans Vlaanderen worden geraadpleegd. En Vlaanderen kan toch moeilijk zichzelf gijzelen nietwaar.


Geplaatst in : Binnenlandse politiek  |  Permalink  |  Reacties (0)


19/10/2009



Ivan

Ik zit te lezen in een rapport Energy Efficiency Watch (nu ja lezen, eerder wat grasduinen - oeps, sorry) en wat blijkt? In Frankrijk bevat het nationaal plan inzake energiebesparing geen enkele maatregel met betrekking tot het elektriciteitsverbruik. De reden hiervoor is simpel: 90% van de elektriciteit wordt geproduceerd door middel van kernenergie en waterkracht en die productie brengt nauwelijks CO2 met zich mee. Bijgevolg is er geen nood aan een vermindering van het elektriciteitsverbruik omdat het toch geen verschil maakt inzake CO2.

De groene beweging ziet hier natuurlijk bevestiging van hun stelling dat het behoud van kernenergie ten nadele gaat van vraagvermindering. Problematisch aan deze stelling - problematisch voor de milieubeweging althans - is dat ze ook opgaat voor hernieuwbare energie. In de mate dat elektriciteit opgewekt aan de hand van wind of zon niet gepaard gaat met CO2-uitstoot, is er ook hier geen reden om aan vraagreductie te doen. Groene stroom en minder verbruik zijn niet complementair, evenmin als kernenergie en een lager verbruik dat zijn.

Nee, niet kernenergie is hier de boosdoener, wel de CO2-reductiedoelstelling. Als men kernenergie of hernieuwbare energie wil verzoenen met minder verbruik inzake elektriciteit dan ken men dat niet binnen het kader van vermindering van de broeikasgassen. Buiten dat kader wordt een verzoening wel mogelijk. Investeren in kernenergie of hernieuwbare energie kan men in dit geval promoten als een maatregel om de CO2-uitstoot te beperken. Lager elektriciteitsverbruik kan men dan promoten omdat het bijvoorbeeld goed is voor de portemonnee. 

Overigens is elektriciteit maar een deel van het energieverbruik. Meer gebruik maken van elektriciteit kan het globale energieverbruik zelfs doen dalen: denk maar aan elektrische wagens. Misschien is al die kernenergie toch zo slecht nog niet.


Geplaatst in : Energie  |  Permalink  |  Reacties (7)


15/10/2009



Ivan

De Vrt meldt: "Extreemrechts zat ongestoord samen in ons land ". Ja, en? Geldt de vrijheid van vereniging, door de Grondwet gewaarborgd, dan niet voor extreem rechts? Moeten we dan gaan verhinderen dat mensen met bepaalde opvattingen die opvattingen met mekaar gaan delen tijdens een gesloten vergadering? Omdat we ons aan die opvattingen storen?

Storend vind ik dat. Vrijheid van vereniging geldt, net zoals vrijheid van meningsuiting, voor iedereen en voor elke opvatting, hoe storend ook. De burgemeester van Oostkamp heeft gelijk dat hij de bijeenkomst ongestoord liet doorgaan. Dat zou elke rechtgeaarde democraat moeten doen.


Geplaatst in : Media  |  Permalink  |  Reacties (0)


13/10/2009



Ivan

The Nobel Peace Price has become a farce. It has not always been that way. The first one, for instance, was richly deserved:

An admirer of Richard Cobden, (Frédéric Passy) became an ardent free trader, believing that free trade would draw nations together as partners in a common enterprise, result in disarmament, and lead to the abandonment of war. Passy lectured on economic subjects in virtually every city and university of any consequence in France and continued a stream of publications on economic subjects, some of the more important being Les Machines et leur influence sur le développement de l’humanité (1866), Malthus et sa doctrine (1868), L’Histoire du travail (1873). Passy’s passionate belief in education found expression in De la propriété intellectuelle (1859) end La Démocratie et l’instruction (1864). For these contributions, among others, he was elected in 1877 to membership in the Académie de sciences morales et politiques, a unit of the Institut de France.

Passy was not, however, a cloistered scholar; he was a man of action. In 1867, encouraged by his leadership of public opinion in trying to avert possible war between France and Prussia over the Luxembourg question, he founded the «Ligue internationale et permanente de la paix». When the Ligue became a casualty of the Franco-Prussian War of 1870-1871, he reorganized it under the title «Société française des amis de la paix» which in turn gave way to the more specifically oriented «Société française pour l’arbitrage entre nations», established in 1889.

Passy carried on his efforts within the government as well. He was elected to the Chamber of Deputies in 1881, again in 1885, and defeated in 1889. In the Chamber he supported legislation favorable to labor, especially an act relating to industrial accidents, opposed the colonial policy of the government, drafted a proposal for disarmament, and presented a resolution calling for arbitration of international disputes.

His parliamentary interest in arbitration was whetted by
Randal Cremer’s success in guiding through the British Parliament a resolution stipulating that England and the United States should refer to arbitration any disputes between them not settled by the normal methods of diplomacy. In 1888 Cremer headed a delegation of nine British members of Parliament who met in Paris with a delegation of twenty-four French deputies, headed by Passy, to discuss arbitration and to lay the groundwork for an organization to advance its acceptance. The next year, fifty-six French parliamentarians, twenty-eight British, and scattered representatives from the parliaments of Italy, Spain, Denmark, Hungary, Belgium, and the United States formed the Interparliamentary Union, with Passy as one of its three presidents. The Union, still in existence, established a headquarters to serve as a clearinghouse of ideas, and encouraged the formation of informal individual national parliamentary groups willing to support legislation leading to peace, especially through arbitration.

Passy’s thought and action had unity. International peace was the goal, arbitration of disputes in international politics and free trade in goods the means, the national units making up the Interparliamentary Union the initiating agents, the people the sovereign constituency.

Later on, it all got out of hand. Theodore Roosevelt, Woodrow Wilson, Elihu Root, Yasser Arafat were all of course ardent peace advocates. But the highpoint still remains Henry Kissinger, responsible for the bombing of Cambodia ("Anything that flies, on anything that moves") and other crimes against humanity.

If this is today’s standard, then of course, Obama’s price seems well-deserved. Passy, however, makes the next turn in his grave.

(Hat tip: Roderick Long)


Posted in : War and Peace  |  Permalink  |  Comments (0)


7/10/2009



Ivan

Lezers van deze blog weten dat ik geen hoge pet op heb met intellectuele eigendomsrechten. Het zijn helemaal geen eigendomsrechten maar eerder een systeem van privileges en heffingen door de overheid ingesteld. Een vorm van redistributie van consumenten naar producenten.

De ergste vorm van dit soort intellectueel monopolie is de billijke vergoeding. De billijke vergoeding is een vergoeding voor uitvoerders en producenten van muziek. Ze worden omschreven als "naburige" rechten, rechten dus die gelijkaardig zijn met die van de auteurs. Intellectuele eigendomsrechten dus. Maar met eigendomsrechten heeft dit helemaal niets te maken.

Waarom moeten uitvoerders een billijke vergoeding ontvangen? Volgens de Europese Commissie leveren uitvoerende artiesten een onontbeerlijke bijdrage aan de culturele industrie. So far, so good. Het is inderdaad leuker om muziek te horen spelen in plaats van de noten van het blad af te moeten lezen ("bladmuziek", beschermd door het auteursrecht).

Het is dan ook niet meer dan normaal dat wanneer het publiek naar een optreden gaat van een uitvoerend artiest het daarvoor betaalt. Dat doet het publiek overigens meer en meer. De uitgaven voor concerten en optredens nemen de laatste jaren immers toe. Het zou ook logisch zijn dat muzikanten voor de opnames van een plaat worden vergoed voor het geleverde werk. Maar wat is er mis met een loon? Moeten ze daarvoor 50 jaar lang een billijke vergoeding voor ontvangen? (En als het van de Commissie afhangt 95 jaar.)

Hoe absurd de billijke vergoeding is, kan worden afgeleid uit volgend gedachtenexperiment. In feite heeft volgens de Europese Commissie de uitvoerende artiest het recht op een vergoeding telkens wanneer "zijn" muziek wordt afgespeeld of gecopieerd. De artiest zelf hoeft op dat moment zelf niets te doen. Lilly Allen mag met haar luie kont op de sofa liggen of een blogpost schrijven tegen zogenaamde piraterij, telkens wanneer iemand haar muziek beluistert in plaats van afleest, dient zij in principe een billijke vergoeding te ontvangen. Dat gaat overigens zeer ver. In principe is het zo dat als je thuis of op straat per ongeluk muziek hoort, jijzelf of iemand anders daarvoor een billijke vergoeding hoort te betalen.

Nogmaals: het is volkomen normaal dat wanneer een artiest werkt - optreedt of muziek speelt tijdens opnames - dat hij of zij daarvoor wordt vergoed. Iemand die zonder te betalen een concert binnen glipt, is een echte piraat. Het is echter allesbehalve normaal dat luisteraars 95 jaar lang betalen voor het copiëren, afspelen of herbeluisteren van uitvoerend werk dat reeds geleverd en betaald ís! 

Het kan best zijn dat, zoals de Europese Commissie zegt, uitvoerende artiesten een essentiële bijdrage leveren aan onze cultuur. Maar daarom is een systeem van billijke vergoedingen nog lang niet de beste oplossing.


Geplaatst in : Economie  |  Permalink  |  Reacties (0)


5/10/2009



Ivan

Financial innovation - securitization and  the development of complex derivatives like asset backed securities, mortgage backed securities, collateral debt obligations, credit default swaps and all kinds of further combinations - is sees as one of the primary causes of the current crisis. As a result, there are many pleas for more stringent regulations of those products. Some even want to constrain financial innovation all together.

The problem with this is that many financial innovations have had and are having positive effects. Derivatives as such are defensible as they allow the transfer of risks to those more able to hold them. But consider a number of other innovations:

* internet banking
* insurance market reforms
* index funds, discount brokerage, exchange trade funds
* venture capital (surely a good thing)
* microfinance (positive enough for a BANK to get the Nobel Peace Price)
* mortgage backed securityes and other instrument to improve mortgage availability, as they did allow more flexible acces to home financing (that it increased access to much is not the fault of the instruments themselves)
* infrastructure investing
* islamic finance (yes indeed!)
* e-trading systems
* central clearing, central counterparties
* growth equity markets: promoting equity funding instead of debt and leverage

Those who argue that financial innovation is bad for the real economy are wrong. All the above mentioned innovations were good for consumers and corportations, for economic efficiency and economic growth. We should have more of them.


Posted in : Economics  |  Permalink  |  Comments (0)



Blog


FYI

Links

  Meer/More

Archief/Archives

 August 2010
 Juli 2010
 June 2010
 May 2010
 April 2010
 March 2010
 Februari 2010
 Januari 2010
 December 2009
 November 2009
 October 2009
 September 2009
 August 2009
 Juli 2009
 June 2009
 May 2009
 April 2009
 March 2009
 Februari 2009
 Januari 2009
 December 2008
 November 2008
 October 2008
 September 2008
  Ouder/Older

Hosting by :

 

RSS-feeds

  Blog
FYI
Links

Ads
 
Uw advertentie hier?