Europees Commissaris Neelie Kroes klaagt erover dat farmaceutische bedrijven het systeem van octrooien misbruiken om concurrentie van generische geneesmiddelen tegen te gaan. Zo werden er 1300 (dertien honderd !) patentaanvragen ingediend met betrekking tot 1 (één !) medicijn.
En dus, stelt Kroes, werkt de concurrentie in de sector niet zoals ze zou moeten werken. Wat had ze nu gedacht? Dat bedrijven geen gebruik zouden maken van de monopolierechten die hen door de overheid, via het patentsysteem, worden toegekend? Kroes vindt dat een sterk systeem van patenten niet mag leiden tot het verhinderen van competitie. Maar dat is nu net het doel van octrooien: het creëren van een (tijdelijk) monopolie zodat concurrenten gelijkaardige (gecopieerde) producten niet op de markt kunnen brengen. Hoe sterker het systeem van patenten, hoe minder competitie.
Octrooien zijn een interventie van de overheid in de markt. Ze gaan competitie tegen en verhogen zo de winstmarges van de door de overheid ondersteunde oligopolisten. Het overdadig gebruik ervan heeft nu ook tot gevolg dat er minder wordt geïnnoveerd. Terwijl ons altijd werd verteld dat intellectuele eigendomsrechten innovatie net bevorderen. Niet dus, en dat weet men eigenlijk al lang: concurrentie zet aan tot innoveren, en niet het octrooisysteem.
Als men vaststelt dat overheidsinterventie het omgekeerde effect heeft dan bedoeld, dan lijkt de logische weg om die interventie stop te zetten, niet? Als men meer innovatie wil door middel van meer concurrentie, dan schaft men beter alle vormen van mopolierechten, zoals octrooien, af, niet? Want als men bedrijven de mogelijkheid geeft om concurrentie te verhinderen, dan moet men niet verbaasd zijn dat men daar gebruik van maakt. Het verwijt van Kroes aan de farmaceutische nijverheid klinkt dan ook hol: het antwoord is niet bijkomend overheidsingrijpen maar het stopzetten van de oorspronkelijke interventie die de misbruiken hebben mogelijk gemaakt.
Dirk Verhofstadt heeft het niet zo begrepen op diegene, zoals Hans-Herman Hoppe, die de democratie geen warm hart toedragen. Hij noemt dergelijke ideeën zelfs bizar. Ik denk dat Dirk ongelijk heeft. Wat is democratie?
Democratie, tenminste in zijn moderne vorm, is een systeem waarbij de bevolking ééns om de vier of vijf jaar zijn vertegenwoordigers mag kiezen. Die vertegenwoordigers vormen dan onderling een tijdelijke en toevallige meerderheid. En die meerderheid - toevallig en tijdelijk - krijgt dan het recht om wetten te maken voor en regels op te leggen aan de hele bevolking, ook diegenen die niet voor hen gekozen hebben.
Met een beetje geluk maakt jouw vertegenwoordiger wél deel uit van de meerderheid. En dan? Wat zal hij kunnen of willen realiseren van jouw standpunten en ideeën? Hij weet niet eens wie zijn kiezers zijn en welke opvattingen zij erop nahouden. Hij weet enkel hoeveel er op hem hebben gestemd, maar voor welke reden? Misschien doen we er wel beter aan al die geheimhouding rond verkiezingen af te schaffen. Sterker nog, misschien moet iedereen verplicht moeten worden om zijn stem bekend te maken en de reden waarom. Praktisch niet haalbaar? In het internettijdperk moet daar toch een mouw aangepast kunnen worden.
Nee, de moderne democratie is even autoritair als elke andere vorm van overheidsbestuur. Een beperkt aantal mensen beslist over de rest, of de rest met die beslissingen akkoord is of niet is. En dus is het helemaal niet bizar te stellen dat een vrije markt beter af kan zijn onder een erfelijke monarchie dan onder een democratie.Gezien het geringe verschil tussen monarchie en democratie is dat mijns inziens onwaarschijnlijk - markten zijn wellicht beter af zonder bestuur - maar bizar is dit standpunt hoegenaamd niet.
Gek. Tot nu toe heeft nog niemand in de media de bedenking gemaakt dat een verbruik van 25 liter per 100 kilometer toch wel veel is voor de wagen van de President die van de strijd tegen klimaatopwarming een prioriteit wil maken. Misschien je filmje beter vertonen in het Witte Huis, Nic?
De onkritische, haast slaafse, houding van de Vlaamse pers tegenover de nieuwe messias Amerikaanse president Barack Obama neemt soms groteske vormen aan. Het lijdt geen twijfel dat het financieel-economische team van Obama uit een aantal knappe koppen bestaat. Maar als men nu in een aantal kranten deze groep knappe koppen een "dream team" noemt, dan is dit niet alleen een grote overdrijving, maar ook een die verontrust. Kennedy, het Amerikaans icoon waar Obama ook al meer wordt vergeleken, had ook zo’n dream team. In die tijd werd zijn team beschouwd als "the best and the brightest". Uiteindelijk bleek de droom een nachtmerrie verantwoordelijk als zijn team was voor de escalatie van de oorlog in Vietnam. Graag toch iets minder kwistig strooien met superlatieven. Het ontwaken kan anders wel eens zeer pijnlijk zijn.
In a piece about the many places where progressives and libertarians can find common ground (but neither libertarians nor progressives seem to be looking for them), Dean Baker writes this about intellectual property rights monopoly terrorism:
The economic distortions and inequities created by government granted patent and copyright monopolies are enormous.
While there may be areas in which patents are an effective policy for promoting innovation, the abuses associated with patents for prescription drugs should be libertarians’ poster child for government policy gone crazy. The country is projected to spend almost $250 billion for prescription drugs this year (more than $800 per person). In the absence of government patent monopolies, we would spend close to one-tenth of this amount. Those generic drugs that Wal-Mart can profitably sell for $4 a prescription are not chemically distinct from the brand name drugs that can cost several hundred dollars.
Every self-respecting libertarian knows what happens when government intervention raises prices by several thousand percent above the free market price: we get all sorts of pernicious rent-seeking activity. And we see this pernicious activity in full glory in the pharmaceutical industry.
The pharmaceutical industry employs an army of tens of thousands of “detailers” who go around pushing their drugs on doctors. The detailers are hired for their effectiveness as salespeople (former cheerleaders are hugely over-represented in this group), not their ability to effectively convey relevant medical information. In fact, recent research indicates that the detailers convey little or no accurate medical information in their conversations with doctors. In short, the detailers are an entirely unnecessary cost that may often lead to patients not getting the best drug for their condition.
The abuses don’t end with marketing. The pharmaceutical industry controls the flow of information based on the research it conducts. Medical journals constantly struggle to find mechanisms to prevent industry paid pieces from finding their way into print under the guise of neutral scholarship. There is also an ongoing struggle to force the pharmaceutical companies to disclose their research results when they raise questions about the effectiveness of their drugs or indicate harmful side effects.
In addition, the quest for patent rents diverts the bulk of research dollars into the development of copycat drugs that are designed to duplicate the function of already existing drugs, rather than the development of breakthrough drugs that would address conditions for which no treatments currently exist.
We can tell even worse tales about the abuses that result from copyright protection, even though no one dies directly as a result of this form of government intervention. In the absence of copyright monopolies we could download all of the world’s music, movies, books, video games, and software at no cost. Instead, we get huge corporations like Disney, Time-Warner, and Microsoft that make enormous profits off these government created monopolies.
Their enforcement efforts have required terrorizing people for making unauthorized copies of copyrighted material. In a recent case, a single mother was fined several hundred thousand dollars for allowing her computer to be used to download 24 songs over the web. The entertainment industry has gotten the government to prohibit the production of electronic devices because they had inadequate protection against duplicating copyrighted material. They had a Russian computer scientist arrested when he visited the United States because he gave an academic lecture that explained how an encryption lock could be broken. They even went after the Girl Scouts for singing copyrighted songs without permission.
The extraordinary abuses that we see every day as a result of patent protection for prescription drugs and copyright protection should be sending libertarians through the roof (...)
I’ve always thought, and I still think, that Howard Roark, in Ayn Rand’s The Fountainhead, is such an intellectual monopoly terrorist. And Rand was a libertarian. I’m going through the roof.
Pogingen om Hitler en de nazi’s af te schilderen als een ondemocratische variant van het socialisme, zijn niet altijd even succesvol geweest. Wat met het omgekeerde? Ik bedoel wat met de stelling dat het nazisme een vroege variant van het neoliberalisme is geweest. Hitler als een neoliberaal avant la lettre? Bespottelijk natuurlijk. Hoewel.
Wat is neoliberalisme? Neoliberalisme kan het best omschreven worden als een ideologie die voorstander is van het terugtreden van de overheid. Vrije markten en vrijhandel staan voorop. Dat kan het best worden gerealiseerd door liberalisiring, deregulering en privatizering. De heilige drievuldigheid van het neoliberalisme. De inperking van de interventies van de overheid hebben uiteraard als gevolg het verminderen van de overheidsuitgaven.
Waren de nazi’s volgens deze omschrijving neoliberalen? Op één vlak zeker wel. Het waren ijverige privatiseerders. Zeer ijverige privatiseerders. De eerste grote privatiseringsgolf in Europa dateert inderdaad niet van het begin van de jaren tachtig in het Groot-Brittannië van Margeret Thatcher. De eerste grote privatiseringsgolf vindt plaats in het Duitsland van de jaren dertig. Het Duitsland van Hitler en de nazi’s.
Onder Weimar waren er belangrijke bedrijven en banken genationaliseerd. De nazi’s verkochten ze terug aan de private sector. Het grootste overheidsbedrijf ter wereld werd verkocht: de Duitse spoorwegen. Verenigde Stahlwerke werd overgeleverd aan Fritz Thyssen, één van de twee (ja slechts twee!) grote industriëlen die toetraden tot de nazipartij voor ze aan de macht was. Mijnbedrijven, banken, scheepsbouwwerven, lokale nutsbedrijven..werden geprivatiseerd. Ook publieke diensten werden overgelaten aan de private sector. Zelfs de welvaartstaat werd geprivatiseerd, hoewel het hier niet bedrijven waren die de functies overnamen, maar organisaties gelieerd met de nazibeweging. In dit geval kunnen we dus hooguit spreken van een semi-privatisering.
Hoe belangrijk waren deze privatiseringen? Voor de tweede helft van de jaren dertig wordt de opbrengst geschat op 1,4 percent van de totale ontvangsten van de overheid. Dit is in dezelfde grootte-orde als de opbrengst van de privatiseringen die plaatsvonden in de Europese Unie tussen 1997 en 2000. Zoals gezegd, de nazi’s waren ijverige privatiseerders. En ze waren de eersten.
Betekent dit nu dat de nazi’s neoliberalen waren? Hoegenaamd niet. Voor het overige was er in nazi-Duitsland géén mars richting neoliberale hervormingen. Eerder integendeel. De privatiseringen vonden plaats in een klimaat van almaar grotere bemoeienissen van de staat met de private sector. In tegenstelling tot het Europa van eind jaren negentig was er in nazi-Duitsland sprake van méér regulering, minder liberalisering, méér overheidsuitgaven en -interventies. Dit staatsinterventionisme betekende een grote aanslag op de private eigendomsrechten in het algemeen, ook al werd door het privatiseringsprogramma de eigendomsrechten van sommige privé-kapitalisten wel goed gevrijwaard. De nadruk ligt hier op het woord sommige.
De nazi’s privatiseerden dus niet om ideologische redenen. Het waren geen neoliberalen, laat staan libertariërs. In principe stonden ze ideologische neutraal tegenover het privatiseringsvraagstuk. Van Hitler is de befaamde uitspraak dat het niet nodig was om banken en bedrijven te nationaliseren omdat de nazi’s de mensen zouden socialiseren. Toch tendeerden de economische programma’s van de NSDAP eerder naar nationalisering dan privatisering. In de praktijk echter was privatisering geen probleem omdat de staat toch de controle zou houden via strikte regulering. Wat uit de grote privatiseringsoperatie onder de nazi’s blijkt, is dat een autoritair bestuur en een private economie wel kunnen samengaan, maar autoritair bestuur en een echte geliberaliseerde vrije markteconomie niet.
Waarom privatiseerde de nazi’s dan wel? Hoofdzakelijk om politieke redenen. De nazi’s stonden zwak in het parlement en ze zochten dus buitenparlementaire allianties zoals die met "big business". Die laatsten hadden ze bovendien nodig voor de uitvoering van het herbewapeningsprogramma en voor het bestrijden van de werkloosheid (het Keynesiaans doel van volledige werkgelegenheid was ook een belangrijke doelstelling van de nationaal-socialisten). Met de privatisering van de "commanding heights" van de economie slaagden de nazi’s erin de industriëlen aan hun kant te krijgen. Het bleef dus niet bij de twee industriëlen die de nazi’s steunden voordat ze aan de macht kwamen.
Privatisering had ten slotte ook een praktische oorzaak. In directe tegenstelling tot het neoliberalisme verhoogden de nazi’s fors de overheidsuitgaven, en dit niet alleen voor de uitbouw van de oorlogsstaat. Die verhoging was uniek in vergelijking met andere landen, zelfs met de V.S., toen volop met de uitvoering bezig van de New Deal. En de New Deal kan je bezwaarlijk neoliberaal noemen. Om aan de nodige inkomsten te geraken, zagen de nazi’s zich verplicht de kroonjuwelen te verkopen.
Kortom, privatisering was een praktische noodzaak als gevolg van de toenemende controle van de economie door de staat; en had als politieke reden het zoeken naar partners voor de uitvoering van het economische programma van de nazi’s. Ironisch is het niet? Dat een anti-liberaal sociaal-economisch programma aanleiding gaf tot de massale verkoop van overheidsbedrijven aan de private sector! Dubbel ironisch eigenlijk, want het was blijkbaar geen probleem om de nodige industriële partners ook te vinden, zelfs partners die vanuit ideologische overwegingen fel tegen dat linkse programma gekant hadden moeten zijn.
De conclusie is duidelijk: voor echte (neo)liberale hervormingen moet je niet bij "big business" zijn.
De economische literatuur stelt dat algemene lastenverlagingen de voorkeur genieten boven verminderingen die sterk gericht zijn op specifieke groepen werklozen. Bij deze laatste soort maatregelen loopt men het risico op verdringings-effecten, waardoor werklozen weliswaar aan een baan geholpen worden, maar dit ten koste van andere groepen werknemers. Het geschatte effect van algemene lastenverlagingen is daarentegen positief en aanzienlijk.
Om na te gaan waarom openstaande vacatures de jongste jaren alsmaar moeilijker ingevuld geraken niettegenstaande de werkloosheid niet is afgenomen, werd een econometrische analyse uitgevoerd om na te gaan wat de uitstroomkans uit werkloosheid bepaalt en hebben we die vergeleken met Denemarken. Op basis van onze analyse vinden we dat laaggeschoolden moeilijker ontsnappen uit de werkloosheidsval. Maar vooral de hoogte van sociale transfers vormen een belangrijke rem op het vinden van een nieuwe baan. In Denemarken heeft eenzelfde transfer een veel minder negatief effect. Een belangrijke factor hierin speelt wellicht het uitdovend karakter van de Deense werkloosheidsvergoedingen, in tegenstelling tot België. We concluderen dat verder doorgedreven structurele lastenverlagingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot het terugdringen van de werkloosheid op voorwaarde dat ook het matchingproces tussen werklozen en werkgevers verbeterd. Dit kan onder meer worden gerealiseerd door de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd en/of degressief te maken naarmate men langer werkloos is.
Structurele en algemene verlaging van de lasten op arbeid in plaats van gerichte maatregelen. En daarenboven de werkloosheidsvergoeding beperken in de tijd of in de loop van de tijd verminderen. Twee recepten om de werkloosheid terug te dringen. En twee recepten die al jaren worden voorgesteld door Open Vld, dat door deze studie over de hele lijn gelijk krijgt. Nu Joëlle Milquet nog overtuigen. Zal wel "non" zijn zeker?
What should libertarians favour? Privatizing social security or eliminating it? Maybe I should first say what I mean when I talk about privatizing and eliminating social security. When I talk about privatization I mean putting social security in the hands of the private sector. No longer the government but the private sector will run the system. But every citizen will still be forced to save for his old day and all his savings will be put into personal accounts.
Eliminating social security is vastly different. In this case everyone is free to do what he wants. He can choose not to save, and when he does so he can try his luck on the stock market or, it he wants to stay on the save side, he can choose to put his money into a fund run by the government. But it will be no longer be mandatory to participate: the system of SOCIAL security no longer exists.
There is a third alternative, short of keeping the system as it is, an alternative favoured by some liberals, and also some, but not very many, libertarians. In this alternative the system remains like it is, but on top of it, everyone will get a personal account.
Now which alternative should libertarians favour? David Henderson:
I tangled with Baker once over the issue of Social Security reform, with me advocating abolishing Social Security, Baker advocating keeping it and raising taxes occasionally, and Michael Boskin advocating personal accounts. (...)
Responding to my abolition proposal, Baker said:
Well, one thing I have to say is he’s the first person I’ve heard that’s actually been honest enough to just say that we would just leave it up to everyone, because a lot of people will ostensibly say, "Let’s get the government out." What they actually want to do is to have government-mandated saving. So they’re still talking about requiring people to put their money aside; the idea is that they would just put it in some private account rather than putting it with Social Security, but the government’s still forcing them to direct their money in a particular way.
Consider the conservative virtue-term “privatization,” which has two distinct, indeed opposed, meanings. On the one hand, it can mean returning some service or industry from the monopolistic government sector to the competitive private sector—getting government out of it; this would be the libertarian meaning. On the other hand, it can mean “contracting out,” i.e., granting to some private firm a monopoly privilege in the provision some service previously provided by government directly. There is nothing free-market about privatization in this latter sense, since the monopoly power is merely transferred from one set of hands to another; this is corporatism, or pro-business intervention, not laissez-faire.
it’s striking to me that on what would seem to me to be the simple and straightforward libertarian case that we should make Social Security benefits less generous, Cato has nothing much to say. Instead, it has an elaborate Project on Social Security Choice aimed at restructuring the program into one of mandatory, privately managed savings accounts. It’s not immediately obvious to me what this proposal has to do with libertarianism, but it would seem to offer some prospect of profits for fund managers.
Henderson and Long are both libertarians, Dean Baker and Matthew Yglesias liberals. But they all seem to agree on one thing: there is nothing libertarian about privatizing social security, as defined above. The fact that the system is mandatory should be eliminated. Libertarians should favour abolishing social security while allowing every citizen to freely decide how much money to put aside and where to put it. Or as James Buchanan points out we should not be afraid to be free. Yes, the government will also be allowed to compete with it’s own fund with private actors. But libertarians should be convinced of the fact that the size of the public sector is less an indicator of how socialist a society is than the absence of a stock market.
Het is een algemeen verspreide opvatting, ook onder liberalen, dat zonder een omkadering vanwege de overheid, markten niet kunnen werken. Minstens is het noodzakelijk, zo wordt gesteld, dat de overheid eigendomsrechten definieert en afdwingt. Daarnaast zijn er verschillende vormen van marktfalen - externe kosten, collectieve goederen, informatie-assymetrieën - die overheidsoptreden nodig maken.
Aan de andere kant valt het op dat in sommige gevallen markten vrij goed werken zonder die omkadering van de overheid, en zelfs wanneer de overheid eerder een hinderpaal dan een facilitator is. Recent zijn er hiervan een aantal voorbeelden opgedoken die aantonen dat markten perfect in staat zijn op een efficiënte manier vraag en aanbod met mekaar in evenwicht te brengen.
Een eerste voorbeeld is illegale economische migratie. Het is al langer bekend dat migranten plaatsen opzoeken waar er werk voorhanden is. Dat gebeurt snel en efficiënt. Op minder dan een jaar tijd reageren migratiestromen op de trends inzake werkgelegenheid. Wanneer de werkgelegenheid afneemt en de werkloosheid stijgt, neemt de migratie toe. Als er geen jobs voorhanden zijn, komen er veel minder migranten. Nu de Amerikaanse economie op zijn gat ligt, en de werkloosheid stijgt, is de migratie van Mexicanen naar de V.S. vrijwel gehalveerd. En diegene die toch nog migreren kiezen staten waar de crisis minder hard is toegeslagen.
Belangrijk om melden is dat het hier om "illegale" en dus ongereguleerde migratie gaat. In feite wil de Amerikaanse overheid ze tegengaan, maar de politiek is machteloos tegen de economische realiteit. Niet Barack Obama zal migratie verhinderen, het gebrek aan jobs is daartoe wel in staat. Markt zonder overheid.
Een tweede voorbeeld. Binnenkort geeft AC/DC een concert in New York. Kaarten zijn uitverkocht. Toch nog aan een kaart geraken, blijft mogelijk maar omdat het aanbod schaars is en de vrager bereid is een hoge prijs neer te tellen, zullen de prijzen ongetwijfeld hoog zijn. En dat is maar normaal ook. Maar zo ziet de overheid het niet. Die beschouwt die hoger prijzen als woeker. Maar dat is natuurlijk regelrechte onzin. Het alternatief is immers dat er een onevenwicht op de markt blijft bestaan en onze AC/DC-fan niet aan zijn kaart geraakt. De overheid verhindert hier dus via zijn regeldrang dat vraag en aanbod uit evenwicht blijven. Of dat beter is dan "woekerprijzen", zal je aan de ongelukkige fan moeten vragen.
Ongetwijfeld zijn er nog andere voorbeelden. Illegaal downloaden bijvoorbeeld. Ruimere keuze en lagere prijzen dan bij het gelegaliseerd downloaden. Illegale markten kunnen werken, ook zonder interventie van de overheid, en vaak werken ze beter.
Whatever your political symphaties, I think that yesterday was truly a great day for the United States. Not only because that country has shown that it is truly a democratic and open society. To be honest, I in fact was one of the few Europeans and Belgians to support John McCain over Barack Obama (which does not mean I would have voted for him if I had the opportunity). And yes, I did prefer Sarah Palin over Joe Biden. Obama now has to show that he is more than someone (or The One, as Oprah calls him) with great speeches and rather empty slogans (as Javier Solona said today, Obama stands for change, and change we need...well duh!). Some here in Europe compare Obama with Kennedy and even Roosevelt. I hope that they realize that neither Kennedy nor Roosevelt were the heroes they think they were. Kennedy for one was the president to authorize the use of napalm in Vietnam. On the other hand we instanctly seem to think that John McCain can only be bastard, because he’s a Republican. Well, I for one think that the best speech yesterday come not from Obama, but from McCain. Without reading any notes (can you imagine Bush doing this?), he had this to say, proving that comparing him with G.W. Bush was the most outrageous slander of this campaign:
After seeing this, I’m sure that the Americans made the wrong decision. But it’s their decision, and we should respect it, like we should respect that fact that they elected G.W. Bush …twice (although some will dispute this).
Glijden we af naar een nieuwe grote militaire confrontatie? Leidt de financiële crisis tot een oorlog tussen de Verenigde Staten en China? Ik denk en ik hoop van niet. Anderen zijn minder zeker. Vorige week was er de econoom Nouriel Roubini die waarschuwde voor mogelijk wapengekletter. En het voorbije weekend las ik het jongste boek van Niall Ferguson over de geschiedenis van het geld (The Ascent of Money). Aan het einde van het boek waarschuwt ook hij voor een conflict met China.
Grote en belangrijke vragen zijn het, en ik ben niet in staat er een zinnig antwoord op te geven. Voorspellen is niet evident, zeker niet als het over de toekomst gaat.
Een andere en misschien gemakkelijkere vraag is: met welke Amerikaanse president lijkt een conflict waarschijnlijker? McCain of Obama? Wellicht zullen velen, vooral dan in Europa, meteen antwoorden: McCain. En daar valt iets voor te zeggen. McCain was immers vanaf het eerste uur een enthousiast supporter van de oorlog in Irak (hetzelfde gold voor Hillary Clinton trouwens, pas later keerde zij haar kar).
Bovendien is hij de geprefereerde kandidaat van de neonconservatieven. En voor hen vormt China nog altijd de grootste uitdaging voor het behoud van de Amerikaanse hegemonie. Inderdaad, wat veel mensen intussen vergeten zijn, is dat het eerste incident onder George Bush een conflict met China betrof. Evenwel met China als financier van het Amerikaanse overheidstekort, en dus van de belastingverlaging van Bush, zat er niets anders op dan de economische banden met China aan te halen. In feite kunnen we zeggen dat de arme Chinees (jaarloon: gemiddeld 2.000 $) de belastingverlaging en de consumptie van de rijke Amerikaan (jaarloon: gemiddeld 34.000 $) heeft gefinancierd. Deneoconservatieve agitatie tegen China botste dus op economische belangen. En dus werd gezocht naar een alternatief. Irak lag voor de hand. Maar nu, met de financiële crisis, liggen de kaarten plots helemaal anders.
Maar als we een voorspelling willen maken, mogen we de geschiedenis niet vergeten. En als we wat verder terug kijken, dan is het een nuchtere, en ook ontnuchterende vaststelling, dat zowat alle grote oorlogen waaraan Amerika deelnam, plaatsvonden of escaleerden onder Democratische presidenten: de eerste en tweede wereldoorlog (Wilson en Roosevelt), Korea (Truman), Vietnam (Kennedy/Johnson).
Irak is in feite de enige uitzondering. Nu zal men zeggen: ja maar Irak had de V.S. noch aangevallen noch bedreigd. En Bush heeft ons ook nog in het ootje genomen met die verhalen over massavernietigingswapens. Juist. Maar ook bij de eerdere "grote" oorlogen ging er het verre van eerlijk aan toe. Omdat veel Amerikanen gekant waren tegen Amerikaanse deelname aan de eerste wereldoorlog werd onder Wilson een soort propragandacommissie opgericht die de oorlog moest verkopen. Eén van de propagandisten was de journalist Walter Lippman die de eerste was om de term "manufacturing consent" te gebruiken. Was Pearl Harbour werkelijk de "day of infamy" die Roosevelt ervan gemaakt heeft? Of was het eerder een Day of Deceit? En Kennedy keurde in het geheim het gebruik van napalm goed in Vietnam.
Nu, het verleden is het verleden, en dit soort van analogie-denken heeft ook zijn beperkingen. Vanaf het presidentschap van Richard Nixon zien we immers de opkomst van de neoconservatieven binnen de Republikeinse partij. Het neoconservatisme is een ideologie van interventie in het buitenland, zogezegd om democratie te verspreiden, maar in werkelijkheid om de dominantie van Amerika als wereldmacht te vrijwaren. En, zeker als McCain wint, is die stroming allesbehalve uitgespeeld binnen de Republikeinse partij. Dus, historisch bekeken, mag de Democratische partij dan even oorlogszuchtig, en misschien zelfs oorlogszuchtiger zijn geweest dan de Republikeinen, zo ongeveer vanaf Nixon is daar verandering in gekomen In Centraal-Amerika kunnen ze er van meespreken, als ze nog kunnen spreken ten minste. Alhoewel het aantal inverventies onder Bill Clintonook niet op één hand te tellen zijn. Bush wou precies af van dat beleid van "nationbuilding" en pleitte voor een bescheiden buitenlands beleid. Maar dat is intussen acht jaar geleden.
Om terug te keren naar Obama. Opmerkelijk is toch dat hij en niet McCain aan "China-bashing" doet. Dat is natuurlijk bestemd voor zijn achterban die vreest voor jobverlies als China in de toekomst nog belangrijker wordt. Obama heeft dan toch niet de moed om de waarheid te vertellen, namelijk dat China precies de financier is geweest van het Amerikaanse economische feest van de voorbije jaren. Zijn kijk is zeer mercantilistisch: China is een concurrent, en geen partner. Het doet opnieuw denken aan Roosevelt. Het Amerikaanse establishment in de jaren dertig keerde zich tegen Duitsland nadat Hitler de euvele moed had gehad om economische handelsakkoorden af te sluiten met een aantal Latijns-Amerikaanse landen, akkoorden waarbij de V.S. belangrijke afzetmarken zag verloren gaan. In hun eigen achtertuin. Ook de oorlog met Japan had belangrijke economische oorzaken.
Wat is nu het antwoord? Ik denk dat het geen verschil uitmaakt. De motivatie zal wellicht verschillen, maar het risico is bij beiden even groot, lijkt me. Of even klein. Laten we het daar op houden.
Eerst de groep van hoogste inkomens. Met uitzondering van California, New York en Maryland stemden zij in alle andere staten in meerderheid op Bush. Dat Californië toch Democratisch stemt, is niet onlogisch. Daar wonen vooral filmsterren en showbizz-sterren. Zij zijn rijk en voornamelijk Democratisch, een enkele uitzondering als Schwarzenegger of Bruce Willis nagelaten. (Jessica Simpson telt niet mee want zij woont in Texas.)
Vervolgens de midden-inkomens. Hier ziet de kaart er al iets anders uit, maar Bush overheerst ook hier. Toch wel verrassend. Bush de favoriet van de middenklasse? Met al zijn lastenverlagingen voor de rijken? En de zogenaamde middle-class anxiety waar hij niks tegen deed?
Ten slotte de lage inkomens.Voor zover ze al naar het stembureau gingen, stemden ze in overweldigende meerderheid op Kerry. Geen verrassing hier. De Democraten als de partij van de armen en de rijke sterren uit film- en muziekwereld. There is no business like showbusiness.
Bob Barr is the candidate of the Libertarian Party but also a former Republican, and someone with rather paleoconservative views. Current Republican candidate John McCain trails far behind:
Whatever your views about libertarians, after reading this, there is no way to confuse libertarianism with right-wing conservatism, let alone paleoconservatism, like is done here (in dutch). Being anti-state is not the same as being in favor of the corporate plutocracy which, after all, can only exist thanks to the state. Would you consider someone who argues that:
bankers as a class “are inherently inclined towards statism”as they are typically involved with unsound practices, such as fractional reserve credit, that subsequently lead to calls for assistance from the state, or derive much of their business from direct involvement with the state, for instance, through the underwriting of government bonds. Therefore, the banking class becomes the financial arm of the state not only by specifically underwriting the activities of the state, such as war, plunder and repression, but also by serving to create and maintain a plutocracy of businessmen, manufacturers, politically-connected elites and others able to obtain access to the narrowly constricted supply of credit within the context of the market distortions generated by the state’s money monopoly
as a right-wing conservative ideologue? That man was...Murray Rothbard.