1. Fortis had een portefeuille aan zogenaamde "gestructureerde kredieten" (subprime) die overeenstemde met het gemiddelde bij andere belangrijke Europese banken. KBC deed nog een stuk beter. De bank die zich het meeste bezondigde aan deze rommelkredieten was echter Dexia, de bank van de gemeenten en van de Christelijke arbeidersbeweging. Het bedrag van de portefeuille was bijna drie keer hoger dan bij Fortis (111 miljard euro tegenover 40 miljard euro) en bedroeg een veelvoud van de portefeuille van KBC (16 miljard euro). De rommelkredieten vertegenwoordigden ook bijna zeven keer het eigen vermogen. De meeste van van die "subprime loans" zitten in de Amerikaanse Dexia-dochter FSA, een bank gespecialiseerd in kredieten aan gemeenten.
2. De operatie ABN Amro. De operatie die Fortis de das heeft omgedaan. Het is echter al te gemakkelijk om met de vinger te wijzen naar Maurice Lippens. Om te beginnen werd de operatie met eenparigheid goedgekeurd op de algemene aandeelhoudersvergadering van augustus 2007 en kreeg het de zegen van de regelgevende instanties in België en Nederland, én van de Europese Commissie. Het was inderdaad voor Fortis een interessante operatie. Fortis Nederland kende immers meer kredieten toe dan dat ze deposito’s binnenhaalde, en de inlijving van ABN Amro kon hier meer evenwicht in brengen. De activiteiten van ABN Amro waren bovendien activiteiten met een beperkt risico. Achteraf bekeken heeft men voor ABN Amro een te hoge prijs betaald. Ongetwijfeld was de hoge prijs een fout van het management, maar op het moment zelf zag niemand het probleem. Indien de financiële crisis niet was uitgebroken, had er wellicht ook later geen haan naar gekraaid.
Al bij al moet dit de voorstanders van méér regulering en overheidsbemoeienis tot nadenken stemmen. Geen enkele overheidsregulator had op het moment zelf kritiek op de AMB-Amro-operatie. Evenmin de aandeelhouders, die zich lieten overtuigen door het management. En de bank het meest intens verweven met diverse Belgische overheden, Dexia, nam ook de meeste risico’s. Meer aanwijzigen dan we hier te maken hebben met een crisis van het staatskapitalisme en het managementkapitalisme.
De verering van Obama neemt groteske vormen aan. Dat zwarte Amerikanen zich zo laten meeslepen is nog verklaarbaar. Voor hen is het presidentschap van Obama inderdaad een historische gebeurtenis. Het vertrek van Bush zal voor vele Amerikanen, en voor heel veel niet-Amerikanen, reden zijn tot vreugde. Maar daarbuiten is wat er gebeurd rond Obama de voorbije dagen complete overkill.
Ik twijfel er niet aan dat op een aantal vlakken Obama een belangrijke verbetering zal zijn ten opzichte van het beleid van zijn voorganger, bijvoorbeeld op vlak van het herstel van de rechtstaat. Maar of dit nu allemaal zo historisch is als de media laten uitschijnen?
Ten eerste was de verkiezingsuitslag, los van het feit dat de eerste Afro-Amerikaan tot president werd verkozen, op zich weinig opmerkelijk. Geen landslide, ondanks het feit dat de zittende president bijzonder onpopulair was, de economie zich in zware crisis bevond, en McCain er niet in slaagde ook maar één presidentieel debat te winnen.
Ten tweede, en veel belangrijker, is dat de samenstelling van het kabinet van Obama weinig vernieuwend is, laat staan historisch. Het financiële team komt van de regering-Clinton of uit de financiële sector zelf, zoals Rahm Emmanuel. Mensen eigenlijk die een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid dragen voor het onstaan van de crisis. Het is een beetje zoals bij Roosevelt toen hij Joseph Kennedy benoemde als hoofd van de nieuw opgerichte beurscommissie: it takes a thief to catch a thief. Kan waar zijn, maar je benoemt toch Maurice Lippens niet tot topadviseur van de regering om maatregelen tegen de financiële crisis uit te werken?
Ook op vlak van buitelands beleid neemt hij mensen van de regering-Clinton over, in de eerste plaats Hillary Clinton zelf natuurlijk. Daarbij zijn de minister van defensie en de nationale veiligheidsadviseur Republikeinen, die niet meteen voor hun non-interventionisme bekend staan. De regering-Clinton is in feite op een aantal vlakken voorloper van het neoconservatieve buitenlandse beleid van Bush, zoals:
* interventies in andere landen zonder goedkeuring van de V.N. zoals de aanval op Irak in 1998 (Desert Fox), of de interventie in Kosovo; * het verspreiden van leugens rond massavernietigingswapens zoals de vermeende aanwezigheid van chemische wapens in de Soudan. Dit gaf aanleiding tot het bombardement van de enige farmaceutische faciliteit in dat land.
Kortom op een aantal vlakken was de regering-Bush een voortzetting van het buitenlandse beleid van Clinton, alleen op iets grotere schaal. Het valt dan ook moeilijk in te zien hoe het kabinet van Obama erin zal slagen een fundamentele en historische breuk met dat beleid tot stand te brengen.
Ik ben absoluut een sp.a’er. En een echte sociaaldemocraat. Zo voel ik me al mijn hele leven.
Bert Anciaux vandaag in De Morgen waarbij hij zijn overstap naar de sp.a bekend maakt. Het zou kunnen dat sociaal-democraat in de ogen van Bert iets anders is dan socialist, maar in die visie staat hij dan toch alleen. En nee, hij stapt niet zomaar over: de sp.a heeft immers haar naam veranderd!
The topic of debate these days is about the usefulness for a big stimulus package from the government to put the economic crisis behind us. Apart from that there is also a vigorous discussion about the kind of stimulus which has the biggest effect. Paul Krugman for instance advocates a big stimulus mostly based on higher expenditures. Arnold Kling on the other hand does not favor a big stimulus. William Buiter argues that the U.S. cannot afford more debt, but needs to start saving. If what Buiter says is true, the same goes for Europe, although for different reasons. With a pension crisis looming, a big stimulus does not seem to be the first priority for European governments.
The main reason is this. Even if temporary a big stimulus package will set a new standard for government expenditures. Many politicians will now get the possibility to plead for money for their own pet projects, useful or not. Who is prepared to bet that the government will cut down again expenditures for green energy projects once the crisis is over? Big government will be the final result of a stimulus package which will lead to higher taxes in the future (even when the package mainly consist in tax cuts in the short run – in this case stimulus will mean a tax shift, lower taxes now, but much higher taxes in the future) or to more debt. Neither are advisable, and will mean a drag on the economy or will even lead to new crises.
Isn’t then anything the government can do? It can. Or rather, it’s more of a policy of doing nothing. There are such things as automatic stabilizers. With the economy in recession the government budget automatically goes into deficit. Some expenditures like unemployment benefits will rise while income from taxes will decline. This means that the government is dissaving which, according to the Keynesian logic, should buttressspending from the public. There are four great advantages with using the automatic stabilizers apart from the fact that it doesn’t have the dangers of big stimulus.
First, their effects are immediate. Government dissaving in this case immediately leads to more disposable income for many people. Taxes are lower, and all kinds of higher governmental transfers immediately add to income. Second, automatic stabilizers are powerful. This is especially so in Europe. Government typically represents half of GDP while the welfare state is big and well established. A small recession quickly leads to a deficit of one or two percent of GDP. Third, we don’t have to worry about the composition of the stimulus. Politicians and administrator don’t have to find out which works best, the market does that for them. Instead of a top-down planning approach, it’s one that come from the bottom up, which is likely to be more efficient and optimal. And finally when the crisis is over the government budget will automatically go back to a smaller deficit, to budget balance or even surplus (whichever was the case before the stabilizers came into effect).
So doing nothing has many advantages. The resulting stimulus will be automatic, powerful, immediate, efficient and probably optimal.
Some will argue that this will not be enough, and that we will need a bigger stimulus, going beyond the automatic stabilizers. But who is to say which stimulus will be big enough? Three percent? Four? Five? And if it doesn’t work? Then we still will not have solved the crisis, but we will have taken on more debt, which we cannot afford, or we will have higher taxes and much bigger government. And that’s a deal I’m not prepared to make, new or not.
De Vrt is tevreden. De belangrijkste Vlaamse commerciële openbare omroep heeft met de lancering van MNM als opvolger van radio Donna een groot succes gescoord. Eén op twee Vlamingen heeft minstens een kwartier geluisterd naar de nieuwe "big time" hitzender en MNM bereikte 40% méér luisteraars dan Donna. Dat zal ongetwijfeld, zodra het nieuwe eraf is, nog wel verminderen. Frappant, maar niet onverwacht, is wel dat het bereik en het aantal luisteraars de criteria zijn waaraan het succes wordt gemeten. Niet onverwacht omdat het uiteraard van meetaf aan de bedoeling was dat MNM een commercieel succes zou worden. Frappant omdat het net de openbare omroep is die zijn radioaanbod almaar meer aanpast aan kwantitatieve verkoopscriteria. Het maximaliseren van reclame-inkomsten wordt de finale doelstelling. MNM is dan ook puur commercieel. Donna had nog als doelstelling om haar doelgroep met aangepast nieuws en cultuur te bereiken. Dat onderscheidde haar van echte commerciële omroepen die zich beperkten tot het aflezen van Belga-berichten, dixit de voorzitter van de raad van bestuur van de Vrt, Guy Peeters. Donna diende met andere woorden nog een meerwaard de brengen voor haar luisteraars. Die pretentie is bij MNM volledig verdwenen.
In deze post erkende ik dat het kapitalisme de oorzaak is van de crisis. Ons huidig systeem heeft gefaald, zoveel is duidelijk. Maar over welk soort kapitalisme spreken we dan? Want kapitalisme is géén éénduidig begrip, en als we iets preciezer zijn over de aard van het systeem dat tot de crisis heeft geleid, is het misschien gemakkelijker om tot oplossingen te komen. Oplossingen die onvermijdelijk systeemhervormingen zullen moeten inhouden. Ik bewaar voor een volgende post enkele ideetjes over hoe ik het kapitalisme zie, of zou willen zien, evolueren. Maar nu dus de vraag: welke soorten kapitalisme liggen aan de basis van de crisis?
Ten eerste, en meest voor de hand liggend: het financieel kapitalisme. Waar geld leidt tot meer geld zonder dat de productie van goederen of diensten er nog bij komt kijken. Een woning is natuurlijk een materieel goed, maar die leningen werden vervolgens verpakt en op de financiële markten met winst verder verhandeld. En opnieuw verpakt en verhandeld. Zo ontstaat een zeepbel die uiteindelijk barst.
Ten tweede, en het zal niemand verwonderen dat ik dat beweer, het staatskapitalisme. Het staatskapitalisme is een systeem waarbij de "toplaag" in de economie de staat gebruikt als instrument om macht te verwerven en aan zelfverrijking te doen. Ik weet wel dat in de jaren negentig dat staatskapitalisme zich uitte in een zich terugtrekken van de staat, via deregulering, maar het hoeft niet noodzakelijk deze richting uit te gaan. Vaak ook komt de staat tussenbeide met méér regulering om zo de toplaag te beschermen tegen concurrentie. Lees bijvoorbeeld Gabriel Kolko over de zogenaamde "progressive era" in de V.S. aan het begin van de twintigste eeuw. De overheid leek toen heel progressief, met alsmaar meer interventies en regels, maar Kolko beschouwde die periode als "the thriumph of conservatism". Al de regels en interventies werden immers in de eerste plaats gevraagd en bekomen door de top van het bedrijfsleven, om hun eigen machtspositie te vrijwaren. Dat het beeld van de financiële sector nu er een is van deregulatie, betekent dus nog niet dat het systeem minder staatskapitalistisch is dan in de tijd waarover Kolko schreef.
En ten slotte faalt het managementkapitalisme. Het systeem waarbij managers de beslissingen nemen over geld en middelen die niet van hen zijn. En waarbij blindelings ervan wordt uitgegaan dat managers supermensen zijn die bovendien altijd het beste voor hebben met het geld van anderen. Ik denk dat precies in dergelijke systeem op zich neutrale fenomenen als hebzucht catastrofale gevolgen kunnen en zullen hebben.
Ik beschouw deze drie vormen van kapitalisme als inherent instabiel. Dat betekent dus ook dat elke hervorming waarbij we een meer stabiel kapitalisme wensen dat bovendien zijn dynamisme blijft behouden een hervorming betekent die weg evolueert van de drie innig met elkaar verwerven kapitalismen die ons de voorbije maanden zo slecht hebben gediend.
Gisteren hield de commissie Bedrijfsleven in de Kamer een hoorzitting over de economische gevolgen van de financiële crisis voor ons land. Als laatste sprekers kwamen de vakbonden aan het woord. Naast een reeks obligate opmerkingen over het einde van het neoliberalisme, de gebreken van zelfregulering en dat soort dingen, verkondigden de Belgische vakbonden haast ongemerkt toch ook nog een interessante stelling.
De stelling is dat vele Amerikanen gedwongen werden om "subprime" leningen aan te gaan voor het verkrijgen van een huis, omdat het wegens een te laag inkomen onmogenlijk was om een normale lening aan te gaan. Het is een stelling die ik tussen al mijn lectuur over de crisis - en dat is nogal wat intussen - nog niet ben tegengekomen. Als de stelling waar is, is hier sprake van een ernstige vorm van markfalen. Het is als het ware het spiegelbeeld van die andere, intussen in diskrediet gebrachte opvatting, dat het de overheid is geweest die, via regelgeving zoals de Community Reïnvestment Act (CRA), banken ertoe heeft aangezet om mensen met een laag inkomen de kans te geven om woningen aan te werven. Wat in dat geval alleen kan met rommelkredieten omdat naar de kredietwaardigheid van de kredietnemer niet wordt gekeken.
Beide opvattingen vertrekken dus van mensen met een laag inkomen als "aanstokers" van de crisis. Alleen is het mechanisme dat geleid heeft tot al die rommelkredieten volgens de vakbonden de markt, en volgens de critici van de CRA, regulering. Marktfalen versus overheidsfalen.
Wie heeft gelijk? Zoals reeds opgemerkt verwerpen een aantal economen de opvatting dat de CRA enige verantwoordelijkheid draagt. En ook bij de stelling van de vakbonden kunnen alleen maar vraagtekens worden geplaatst. Het is natuurlijk juist dat mensen met een laag inkomen moeilijk aan een eigen woning zullen geraken. Maar pas de voorbije jaren zijn de "subprime" leningen als mogelijk middel opgedoken. Als men niet een woning kan kopen, is er nog altijd de huurmarkt. En er zijn interventies van de overheid bijvoorbeeld op vlak van sociale woningbouw. Als te lage lonen de oorzaak zijn, valt het moeilijk te verklaren waarom "subprime" leningen niet altijd een onderdeel zijn geweest van de huizenmarkt.
Dit gezegd zijnde, is het zeker waar dat personen met een bescheiden inkomen een rol hebben gespeeld bij de crisis. De techniek was echte niet die van de "subprime" leningen maar van hypothecaire kredieten met variabele rentevoet, prime én subprime.En dergelijke leningen werden aangegaan niet om een woning te kopen om er zelf in te wonen maar om er mee te speculeren. De rente op dergelijke variabele leningen ligt immers lager en is dus aantrekkelijk voor zij die goedkoop een lening aangaan om een huis, dankzij de stijgende prijzen, met winst door te verkopen. Maar er ontstaat wel een probleem als de rentevoeten op een bepaald moment stijgen en de woningprijzen gaan dalen.
Stan Liebowitz schat het aandeel van deze speculatie van mensen met een bescheiden tot laag inkomen op meer dan 20%, wat groot genoeg is om het begin van de crisis te verklaren.
Conclusie: lage inkomens liggen mee aan de basis van deze crisis. Maar niet omdat ze noodgewongen rommelleningen moesten nemen, maar omdat ze via speculatie mee wilden profiteren van stijgende woningprijzen. Niet meteen een boodschap die de vakbonden graag zullen horen. En trouwens: hoe kwamen we eigenlijk nu weer aan die stijgende woningprijzen?
Why is it that some Americans still seem to think it’s their responsability to create another world order, if they cannot seem to manage their own affairs properly. Now we have Henry Kissinger with another plea for a "new world order":
The phrase "new world order" featured prominently in a speech given by Bush Sr. after the first conflict with Iraq in 1989. But as this article aptly notes the phrase actually has a socialist flavour. It was used by the novelist H.G. Wells who was also a socialist and an admirer of the Webbs to advocate "a socialist, unified, one-world government". I don’t think that is precisely what Kissinger has in mind, but the results are quite similar: a world government.
Kissinger, at the time he was national security adviser and secretary of state, also feverishly worked for a new world order. It was nota prettysight. And now this criminal is advising to create more order in the world?
Politici en burgers zijn verontwaardigd. Minister van justitie Stefaan De Clerck spreekt van een schande en wil een reparatiewet. CD&V-Senator Hugo Vandenberghe beweert dat maar één zin moet worden gewijzigd en dat gelijkaardige gevallen daardoor in de toekomst kan worden vermeden. Eén zin, zo simpel is het. De vraag die op ieders lippen brandt: als het zo eenvoudig is, waarom komt die wijziging er dan nu pas?
Het antwoord is tweeledig. Politici zijn ook maar mensen. En gewone mensen blunderen en maken fouten. Net zoals de financiële whiz-kids die pas na de financiële catastrofe tot de conclusie waren gekomen dat investeren in rommelkredieten dan misschien toch niet zo’n goede zaak was, verandert er op bestuurlijk niveau iets nadat er een ramp is gebeurd. Schaatsen op het ijs wordt verboden nadat mensen door het ijs zijn gezakt; vuurwerk wordt aan banden gelegd, nadat een wijk volledig de lucht is in gegaan; één zin in de wet wordt aangepast nadatcriminelen wegens een procedurefout vrijkomen. Ja, markten falen omdat private personen een gebrekkig inzicht hebben in de toekomst, maar verdorie, hetzelfde geldt voor onze regeerders.
Maar er is een ander aspect aan de zaak. Er is immers een goede reden voor al dat juridisch formalisme. Het strikt doen naleven van de procedureregels is gerechtvaardigd om de burgers tegen de overheid (politie, justitie...) te beschermen. Procedureregels zijn even essentieel voor een democratische rechtstaat dan de scheiding der machten. De overheid beschikt over het geweldmonopolie, over het monopolie om mensen te veroordelen en op te sluiten, en desnoods om het leven te brengen (indien de doodstraf bestaat). Het minste, maar dan echt het minste, wat we van diezelfde overheid mogen verwachten is dat ze haar eigen regels naleeft. Anders wordt het onmogenlijk om de bewakers te bewaken. En ter verantwoording te roepen. Het zou eigenlijk verdomd moeilijk moeten zijn om formele regels af te zwakken. In de plaats daarvan is zoiets blijkbaar mogenlijk op één-twee-drie, via een kleine en snelle reparatiewet.
Bij de Belgische spoorwegen kwam deze week een gelijkaardige situatie aan het (rood) licht. Door het winterweer waren er deze week veel vertragingen. Die werden in een aantal gevallen verergerd door de zeer strikte en onzachte procedure die wordt gevolgd, wanneer een treinbestuurder door een rood sein rijdt. De trein moet dan onmiddenlijk stoppen, de treinbestuurer moet wordt vervangen (waardoor de trein het spoor een tijdlang blokkeert) en deze laatste krijgt een schorsing aan zijn broek (zijn rijbewijs wordt ingetrokken als het ware). De vakbonden protesteren. Ergens hebben ze gelijk: iedereen maakt fouten, en het spoorverkeer wordt door de loodzware procedure fel gehinderd. Maar daar staat tegenover dat een machinist die een rood sein negeert een gevaarlijke fout maakt waarbij de levens van honderden mensen op het spel worden gezet.
Ik zeg niet dat er niets moet worden veranderd. Misschien kan hetzelfde resultaat worden bereikt via een meer menselijke procedure. Misschien is het mogelijk de procedureregels die de overheid hanteert bij opsluiting te milderen, zonder de rechten van de burgers tegenover de staat aan te tasten. De regels zijn er ook weer niet omwille van zichzelf. Enige soepelheid moet kunnen. Maar laten we dan in elk geval hierover een open en grondig debat voeren en de zaken niet zo maar vlug vlug regelen op basis van een onfortuinlijk incident. Angst is een slechte raadgever. Paniek evenzeer.
Zitten we nu midden in een crisis, misschien wel de finale crisis, van het kapitalisme? Verdedigers van het kapitalisme wijze deze visie vaak radicaal van de hand. Het antwoord, vanuit libertaire hoek, is dan meestal als volgt. Dit kan geen crisis van het kapitalisme zijn, omdat we niet in een echt kapitalistisch systeem leven. Dergelijke systeem bestaat nergens, ook niet in de V.S.
En voor een stuk is dat waar. In een werkelijk kapitalistisch systeem zou kapitaal de belangrijkste productiefactor zijn, en dus tevens de belangrijkste bron van inkomen. Maar dat is in ons huidig economisch systeem nu net niet het geval. Het aandeel van de lonen - inkomen uit arbeid - in het BBP schommelt in de Westerse economieën rond de 60%. Weliswaar is er de de laatste jaren een daling, maar frappant genoeg zet deze trend zich niet door in landen als de V.S. en het Verenigd Koninkrijk, doorgaans beschouwd als de meest kapitalistische landen van de wereld. Hier bovenop moeten we ook nog eens de vervangingsinkomens tellen die gefinancierd worden door een heffing op het loon. Kortom, het grootste deel van ons inkomen wordt gecreëerd door de productiefactor arbeid. Om in deze omstandigheden te spreken over kapitalisme...
Toch overtuigt het antwoord niet. Het doet in de eerste plaats denken aan het excuus van Westerse communisten die ook na de val van de Sovietunie hun geloof in een aftands marxisme wolden blijven belijden. Neen, het einde van de Soveitunie was niet het faillissement van het communisme (laat staan het socialisme), want dat land is nooit echt communistisch geweest.
En ten tweede kan niet worden ontkent dat de crisis net is ontstaan in de meest kapitalistische sector van de economie, met name de financiële sector. De sector waar geld (M) rechtstreeks meer geld (M’) opbrengt zonder de omweg van de productie van goederen (C). Het is niet omdat ons economisch stelsel niet kapitalistisch pur sang is, dat er geen kapitalistische bovenlaag aanwezig is. Eigenlijk weten we al sinds Fernand Braudel dat ook pre-kapitalistische samenlevingen een kapitalistische bovenlaag konden bevatten. Voor de industrialisering bestond die uit financiers zoals de Fuggers en internationale handelaars. In onze tijd denken we dan aan hedge funds, investment banks en Maurice Lippens. Maar ook aan centrale banken. En Alan Greenspan. Overheid en private instellingen zijn hier immers innig met mekaar verweven. Het gaat hier wel degelijk om staatskapitalisme. Maar dat weerlegt de conclusie niet dat de sector die het meest werkt volgens kapitalistische principes aan de basis ligt van de crisis.
Ironisch genoeg vinden we volgens mij in dezelfde sector een antwoord dat overtuigender kan zijn. De hefboomfondsen bijvoorbeeld ("hedge funds") hebben de voorbije maanden eerder een stabiliserende rol gespeeld. In elk geval zijn zij niet de oorzaak van de crisis. Ze hebben van alle financiële instellingen het minst geïnvesteerd in rommelkredieten en herverpakte hypotheekleningen. Ze vormen het beste bewijst dat kapitalisme niet inherent instabiel hoeft te zijn, maar dat daarvoor wel aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan. Eén van die voorwaarden is dat men niet alleen speculeert met geld van een ander - zoals de banken deden, of de managers van pensioenfondsen (via shortselling werd ook nog eens aandeelhouderswaarde vernietigd) - maar ook zelf risico’s loopt. Risico’s nemen met het geld van iemand anders is gemakkelijk en zet aan tot roekeloos gedrag. Hebzucht op zich is dus niet het probleem.
De conclusie is onontkoombaar. Dit is een crisis van het kapitalisme. Verdedigers van het systeem, waartoe ik mezelf reken, zouden er dan ook goed aan doen om betere antwoorden te bedenken tegen de critici.