title




28/12/2008



Ivan

Het internet is, na televisie, de belangrijkste bron van informatie en nieuws voor de Amerikanen. Kranten komen nu op de derde plaats. Europa zal wellicht volgen. Sommigen zien deze evolutie met lede ogen aan, meer bepaald de journalisten van de schrijvende pers. Met hun schampere opmerkingen over blogs en andere vormen van online amateurjournalistiek kunnen intussen al enkele boekdelen worden gevuld.

Wij bloggers kunnen dan weer op onze beurt schamper doen over het geklaag van de professionals. Kanten ze zich vanuit principiële overwegingen tegen "user generated content" of is het eerder omdat blogs aan het uitgroeien zijn tot een concurrent en dus een bedreiging beginnen te vormen? Het valt inderdaad op dat de kritiek steevast komt uit dezelfde hoek: de traditionale pers. Onafhankelijke waarnemers daarentegen staan vaak positiever tegenover de nieuwe online (amateur)media.

Ons antwoord kan dus simpel zijn. Logisch dat de schrijvende pers tegen is, ze hebben het meeste last van ons. Ze zijn ons dan ook liever kwijt dan rijk. Al hun gezanik over segmentering, versnippering, polarisatie, en gebrek aan manieren op het internet, is niet meer dan een rookscherm. Een afleidingsmaneuver om toe te dekken dat hun eigen belangen op het spel staan.

En toch twijfel ik of dit antwoord kan volstaan. Ik ben immers een Popperiaan en Karl Popper pleitte ervoor om meningsverschillen en conflicten op een rationele manier te beslechten. En daarvoor moet je kijken naar de argumenten op zich, en niet naar diegene die argumenteert. Zoals Popper het zelf uitdrukte, via een rationale discussie op basis van argumenten, kunnen wie die argumenten laten sterven in de plaats van zij die argumenteren. Rationele discussie is dus de ideale manier om conflicten "uit te vechten". Ze is in elk geval vreedzaam.

Heeft Popper gelijk? Ook hier is er twijfel. Ik zie zo meteen twee problemen met Popper’s nogal naïeve opvatting. In de eerste plaats is het zo dat het ook via een rationele discussie het niet mogelijk is om tot een oplossing te komen. Een rationale oplossing bestaat soms niet eens. En menselijke emoties spelen altijd een rol, vaak ook onbewust. Stel je een rationele discussie voor tussen een overtuigd atheïst (Dawkins of Hitchens) en een fundamentalistische gelovige. Zelfs wanneen geen van beide partijen bepaalde belangen te verdedigen hebben, is het zeer goed denkbaar dat een rationale discussie nooit tot een voor beide kanten bevredigende oplossing zal leiden. Omdat die oplossing niet bestaat, of omdat men zich zo sterk in de eigen overtuiging heeft vastgereden, dat argumenten niet meer van tel zijn. Men zal dan keer op keer tegenargumenten proberen te vinden, zodat men de overtuiging niet hoeft prijs te geven. Wanneer het echter niet lukt met de rationele methode, is de kans niet denkbeeldig dat men uiteindelijk naar andere methodes grijpt. De teleurstelling in het feit dat men met een rationeel debat niet tot een oplossing kan komen, kan dan overslaan in haar tegendeel - geweld. En ook dan sterven wij, in plaats van de argumenten. Beter dus om van meteen af aan toe te geven dat er soms geen oplossing voorhanden is, en dat beide opvattingen niet verzoenbaar zijn. Een liberaal zal dan erkennen dat beide opvattingen waardevol zijn en hun bestaansrecht hebben. Pluralisme, zoals verdedigd door die andere grote liberale filosoof Isahia Berlin, lijkt me beter voor een vreedzame samenleving, dan het kritisch rationalisme van Karl Popper.

Het tweede probleem met Popper’s idee is dat het soms wel degelijk van belang kan zijn wie argumenteert. De vaststelling dat vooral de journalistengilde van de kranten en weekbladen zo negatief staan tegenover blogs en amateurjounalistiek spreekt boekdelen. En als andere waarnemers, die meer afstand kunnen nemen en minder betrokken partij zijn, dan ook nog eens de kant lijken te kiezen van het internet, dan beperkt die vaststelling in grote mate de waarde van de argumenten vanuit de schrijvende pers. Overigens staan ook traditionele journalisten die tegelijk blogger zijn, veel positiever tegenover het fenomeen, dan zij die dat niet zijn. Popper’s stelling dat we niet moeten kijken naar wie argumenteert, maakt een rationele discussie eigenlijk alleen maar moeilijker.

Dus ja, ik denk dat we met bovenvermeld antwoord kunnen volstaan.


Geplaatst in : Algemeen  |  Permalink  |  Reacties (2)


28/12/2008



Ivan

David Backus wrote an email to Greg Mankiw about his doubts of fiscal stimulus. They are:

    • Hard to do. It’s not easy to spend large amounts of new money quickly. Harder still to do it in a way that creates good value for society and doesn’t bring out the worst in our politicians. (I can hear Jon Stewart on the Daily Show: "Where’s Ted Stevens when we need him?")
    • Bad timing. Right now, most forecasts call for continued shrinkage in the first half of 2009, modest growth in the second half, when the stimulus starts to come online, and faster growth in 2010, when spending hits high gear. This is, of course, the classic argument against countercyclical fiscal policy: it’s hard to get the timing right.
    • Small multiplier. Let us say that for every dollar of extra government spending, GDP goes up m dollars, where "m" is the multiplier. Undergraduate textbooks, including your favorite, sometimes suggest m is large. The evidence is fuzzy, to be sure, but to me it suggests a multiplier around one, maybe smaller. Even stimulus cheerleader Paul Krugman only claims 1.1. If that’s the case, the impact of government spending (say 700b over two years) is barely enough to reverse the decline in GDP we expect to see over the next two quarters.
    • Long-term budget issues. I don’t spend much time in Washington, but I thought the mainstream view among government economists was that our retirement and health-care programs were likely to bust the budget over the next 2-3 decades. Recent directors of the CBO under both Republican and Democratic Congresses have made this point, and I hope I wasn’t the only one listening. The US is not Argentina, but it still seems a little incongruous to advocate massive increases in spending when the long-term problem is paying for spending already on the
      books.
    • It’s the financial system, stupid. Japan in the 1990s is a Rorshach test for macroeconomists, so I can’t claim everyone sees this as I do. But my take (borrowed from Anil Kashyap) is that Japan demonstrated that the real issue in financial crises is the financial system. If we don’t fix it, no amount of fiscal stimulus will make much difference. That’s one of the reasons I’m optimistic about the US right now: unlike Japan, we faced our problems, ugly as they were, and have acted decisively to correct them.

I think the last objection is really interesting. You see, back in the 1990’s stimulus cheerleader Paul Krugman argued just the opposite. Japan, according to Krugman, was in a liquidiy trap. To get out of it, Japan had to resort to inflationary policies. Fixing the financial system was a problem of second-order, to be dealt with at a later stage, once the economy got going again thanks to the stimulus package. Japan did follow Krugman’s advice, but the recovery has been anemic. Let’s hope that Backus’ optimism is justified in this case.


Posted in : Economics  |  Permalink  |  Comments (2)


16/12/2008



Ivan

Om nog even door te gaan op het bereike klimaatakkoord door de Europese Unie. In zoverre dit akkoord aansluit bij de ambitieuze voorstellen uitgetekend door het Stern-rapport en door Al Gore, zit men op de verkeerde weg.  Zelfs indien men het IPCC-rapport als uitgangspunt neemt. EconoomWilliam Nordhaus bijvoorbeeld accepteert het rapport van het IPCC en tekent vervolgens vijf scenario’s uit. Deze scenario’s zijn:

- Business-as-usual (BAU): geen wettelijke beperkingen dus op de uitstoot

- Optimaal beleid: wereldwijde CO2-taks die kan worden aangepast zodat maximaal resultaat wordt bereikt

- Kyoto-scenario: enkel restricties op de uitstoot in ontwikkelde landen

- Ambitieus beleid: opvolgen aanbevelingen Gore en Stern

- Technologische innovatie: “nieuwe” technologieën die energie produceren met weinig CO2-uitstoot of die CO2 op goedkope wijze opnieuw uit de luch kunnen verwijderen.

Enkele voorbeelden van dergelijke doorbraaktechnologieën: goedkope zonne-energie, geothermale energie, “climate engineering”, genetisch gemanipuleerde planten (zoals bomen) die CO2 terug uit de lucht opnemen, ze omzetten in een andere stof, en vervolgens opslaan.

Nordhaus werktte een model uit op basis waarvan de verschillende scenario’s kunnen worden vergeleken. De vergelijking gebeurt met het BAU-scenario. Bij een waarde van 0 is er dus geen verschil. Een pluswaarde van 1 betekent dat de baten 1 keer hoger liggen dan de kosten. Bij een minwaarde liggen de kosten hoger dan de baten. Hieronder het resultaat:

Resultaten van verschillende scenario’s (t.o.v. business as usual)

Scenario

Netto-waarde

Optimaal beleid

+ 3

Kyoto-scenario

+1 (indien V.S. meedoen), 0 (zonder V.S.)

Stern & Gore

-15 & -21

Technologie/wetenschap

+17

Uit: William Nordhaus. A Question of Balance. Weighting the Options on Global Warming Policies

Vanzelfsprekend kan men het model van Nordhaus op verschillende punten betwisten en in twijfel trekken, maar toch moet worden herhaald dat Nordhaus de uitgangspunten van het IPCC aanvaardt en dus de mogelijke dramatische gevolgen van klimaatverandering in rekening brengt.

De boodschap is hoe dan ook duidelijk: de ambitieuze voorstellen van Stern en Gore zijn veel te kostelijk. Het netto-resultaat van Kyoto daarentegen is minimaal. Het vinden en ontwikkelen van nieuwe technologieën daartentegen is hét middel om de oorzaken en gevolgen van klimaatveranderingen op een kosteneffectieve manier op te vangen en te verminderen.

Een efficiënt klimaatbeleid moet volop inzetten op wetenschappelijk onderzoek naar hernieuwbare energiebronnen, naar kernfusie, naar vormen van carbon capture and storage tot genetische modificatie toe. Een aantal voorbeelden. Algen kunnen ingezet worden als wapen tegen klimaatverandering. Johan Albrecht beweert dat op dit vlak nu reeds technologieën op de markt zijn die de CO2-uitstoot van steenkoolcentrales met 85% kunnen verminderen. Het bedrijf
Ingrepro uit Nederland probeert als eerste commercieel bedrijf in Europa via het kweken van algen CO2 om te zetten in voedsel en biodiesel. Ingrepro begint binnenkort met de productie van biodiesel uit algen. Een hectare groene algen zet, afhankelijk van de soort, jaarlijks ruim honderd ton CO2 om in vijftien tot twintig ton biodiesel. Ter vergelijking: koolzaad levert twee a drie ton olie per hectare. En algenteelt legt minder beslag op landbouwgrond.

De fysicus Freeman Dyson van zijn kant denkt dat binnen aantal decennia op basis van wetenschappelijk onderzoek in genetische modificatie en biotechnologie op grote schaal bomen kunnen worden gekweekt die CO2 uit de lucht kunnen halen en ze omzetten in een chemisch stabiele vorm om het in de ondergrond op te slaan.

Wat “climate engeneering” betreft, wordt onder andere gedacht aan het meer reflectief maken van de buitenste atmosfeer zodat warmtestralen worden tegengehouden voordat ze de aarde bereiken en dus kunnen bijdragen tot het broeikaseffect.

Bonus is dat via dit soort klimaatbeleid het gemakkelijker zal worden om ontwikkelingslanden als China en India mee te krijgen. China heeft de V.S. intussen overgenomen als het land met de grootste uitstoot van CO2. De uitstoot neemt er toe met 13% per jaar. Zonder technologische vernieuwing zal de Chinese economie onmogelijk aan hetzelfde tempo kunnen blijven groeien. Groei koppelen aan het tegengaan van klimaatverandering is dan ook enkel moeilijk door meer wetenschappelijk onderzoek, gericht op de meest energie-intensieve sectoren. Het energiegebruik zal in landen als China en India immers blijven toenemen, en dus kan de uitstoot van CO2 enkel worden verminderd door de energie-intensiteit van de economie te beperken.

Tabel: CO2-intensiteit

Land

Intensiteit

V.S.

0,46

Europese Unie

0,29

Japan

0,19

China

1,67

India

1,30

Uit: Commission on Growth and Development. The Growth Report.

Indien het Westen zijn inspanningen inzake wetenschappelijk onderzoek opdrijft en er vervolgens op toe ziet dat wetenschappelijke en technologische doorbraken op ruime basis kunnen worden gedeeld en verspreid (wat wellicht een aanpassing aan het internationaal octrooiregime veronderstelt), financieren de rijke landen op die manier de reductie van emissies in ontwikkelingslanden. De meeste efficiënte manier om klimaatverandering te bestrijden is immers om de reducties te verwezenlijken daar waar het kan gebeuren op de meest goedkope wijze: in de ontwikkelingslanden. Als de rijke landen de kosten hiervan dragen, kan men klimaatverandering niet alleen op een efficiënte maar ook eerlijke manier tegengaan.

Geplaatst in : Klimaat  |  Permalink  |  Reacties (0)


14/12/2008



Ivan

Onvoorstelbaar. Waarom betalen we nu nog voor de Vrt? Hier vind je Klara’s top 75 van de klassieke muziek. Bach overheerst, terecht. Maar zijn Air on a G String staat er niet in. En dat vind ik nu eens het mooiste stukje klassieke muziek ooit gecomponeerd. Dus waarom zou ik nog voor Klara betalen, stel cultuurbarbaren?

Bach met Air werd ook gebruikt in de al even fenomenale thriller Seven:


Geplaatst in : Algemeen  |  Permalink  |  Reacties (0)


13/12/2008



Ivan

Chris Dillow writes:

Congress has - probably accidentally and temporarily - heeded the advice of free market economists and voted against bailing out auto makers. And stock markets have reacted badly.
Which reminds us of an important fact - the interests of capitalists and a healthy free market economy are two very different things. Those vulgar libertarians who insist upon using “capitalism” as a synonym for “free markets” are abusing language and logic.

I don’t know why anyone would use “capitalism” as a synonym for the “free market”. Probably it has a lot to do with the fact that it is widely believed that capitalism and free markets are very compatible with each other. They are like twins. Nevertheless, markets have thrived without capitalism, and capitalists are not necessarily the biggest supporters of free markets.

However that may be capitalism cannot possibly be a synonym for free market because both are two very different concepts. A free market is a system of and for exchange. We use markets to exchange goods, services, idea’s (the marketplace of idea’s), people even. The crucial aspect of free markets, I think, is not the price mechanism to equilibrate supply and demand or as a mechanism for communicating information. No, the crucial points about markets is that they are non-hierarchical and that exchange is voluntary.

Capitalism is altogether quite different. Capitalism is a term to describe a system of production (not exchange, the free market on the other hand does not produce anything). To be more exact a system where the means of production (e.g. capital) are privately owned. I know this definition sounds Marxist, but after all, it were the Marxists who first coined the term “capitalism”. The way capitalists own the means of production is through the corporation. And most corporations are distinctly hierarchical.  

I realize that this is a very rough sketch of the crucial differences between capitalism and markets. For instance, where is the place of non-capital owning managers in all this? Can we define managerial capitalism still as a system where the means of production are privately owned? And can we call an economy where many huge corporations are owned by the government still capitalism? Whatever the answer to these questions there is no reason why anyone would conflate capitalism with markets. The fact that both can live together quite well does not mean that it’s a marriage cast in stone.

Blissex, over at Stumbling and Mumbling, by the way, has another definition of capitalism, but still one very different from the concept of free markets.


Posted in : Economics  |  Permalink  |  Comments (0)


13/12/2008



Ivan

In de kranten wordt het bereikte akkoord inzake klimaat bestempeld als een schertsvertoning en een farce. Dat is het ook. Maar niet omdat het akkoord niet ver genoeg gaat, zoals de milieubeweging beweert, en zoals het op een onkritische manier wordt overgenomen door de pers. Het Laatste Nieuws spreekt zelfs over "een zwarte vrijdag voor onze planeet". Dergelijke retoriek verwacht je van een Nic Balthasar, maar een journalist, zelfs één van Het Laatste Nieuws mag toch iets terug houdender zijn.

Enfin, het is dus niet omdat het akkoord niet ver genoeg zou gaan. Soms ontstaat meer en meer de indruk dat het de klimaatalarmisten helemaal niet om het klimaat of de redding van de planeet te doen is. Neen, het Westen is in hun ogen schuldig aan deze crisis en moet daarvoor boeten. Straffen zijn nodig! Alleen een klimaatakkoord dat voor het Westen echt pijn doet, volstaat voor hen. Vandaar ook dat de groenen zich zo opwinden over de mogelijkheid voor Westerse landen om hun CO2-reductie ook te realiseren via de financiering van milieuvriendelijke projecten in ontwikkelingslanden. Men vraagt zich werkelijk af wat hier het probleem is. Voor het klimaat maakt het geen barst uit waar CO2 wordt gereduceerd, dus kunnen we dat toch beter doen waar het op de goedkoopste manier kan? Bovendien maken we het ontwikkelingslanden hiermee mogelijk om te blijven groeien zonder een verhoogde uitstoot van CO2.

Wat mij betreft, gaat het klimaatakkoord dan ook veel te ver. Niet zozeer wat de CO2 reductiedoelstelling zelf betreft. Die mag voor mijn part nog strenger. Maar laat het toch aan de lidstaten zelf over hoe ze die doelstelling willen bereiken. Als een lidstaat dat wil doen via kernenergie, dan doet ze dat via kernenergie. Met hernieuwbare energiebronnen, dan met hernieuwbare energiebronnen. Of als een lidstaat de weg kiest van energiebesparing, dan kiest ze voor die weg. Of een combinatie van de drie. Of nog via een andere methode. In elke lidstaat is de situatie anders. Een land als België bijvoorbeeld zal de reductie van CO2 wellicht het gemakkelijkst bereiken via een combinatie van kernenergie en energiebesparing. België, bovenop de doelstelling inzake de reductie van CO2, ook nog eens verplichten om tegen 2020 13% van de energie voort te brengen via hernieuwbare energiebronnen getuigt van een onliberale planeconomische benadering. Overigens wijzen studies uit dat we op kosteneffectieve manier maar 9,3% kunnen halen.

Kortom, Europa bemoeit zich met de interne aangelegenheden van de lidstaten. Dat men optreedt inzake de CO2-uitstoot is logisch, dat is een internationaal probleem. Maar met welke energiemix een lidstaat de reductie wil realiseren, daar heeft de Europese Unie niks, maar dan ook niks mee te maken.


Geplaatst in : Klimaat  |  Permalink  |  Reacties (30)


11/12/2008



Ivan

The Digital Influence Index Study makes for some interesting reading. The most important result is that the internet has become the most influential medium : twice as more as influencial as television and ten times more influencial as the printed media. It’s not just a shift from printed media to online media. In fact the line between the two is not clear-cut. Printed media has a presence online aswell, while more and more professional journalists are becoming bloggers. They have to if they want to keep there influence. The internet is the place to be, not the printed newspaper. 

Remarkably on the other hand, the financial shift is much less outspoken. The internet does get an important share of advertising spending but, if one uses influence as the metric, the gap with traditional media is still large. But times are changing nevertheless.

However that may be, the rise of the internet will continue thanks to constant innovation. Early web behaviours - seaching for information, communication and commerce - remain important but with the advent of Web 2.0. people will use the internet more and more as a place to generate content. However, those users who generate contect themselves, remain a minority: 10% of consumers blog, while 8% of them contribute to wiki’s. But of course those are still huge figures in absolute numbers. And now we have Web 3.0. where mobilitiy is the key: people will use internet technologies wherever they are and whenever they want to. Adoption of Web 3.0. is still rather slow (lack of bandwith as the major constraint) but again, times are changing.

There is much more in the study, but you can read that for yourself here.


Posted in : Technology  |  Permalink  |  Comments (0)


10/12/2008



Ivan

Iets dat mij opvalt over de moderne geschiedenis is deze paradox. Sinds de opkomst van het fascisme hebben zowel liberale figuren als socialistische iconen de politieke rubicon overgestoken.

Sommige liberalen, zoals de econoom Vilfredo Pareto, werden op latere leeftijd fascist omdat ze het fascisme als een dam beschouwen tegen de opkomende (socialistische) massa. En sommige socialisten, zoals de Belgische politicus Hendrik De Man, werden dan weer fascist omdat ze het fascisme net als de enige echte (socialistische) massabeweging beschouwen. Voor een Pareto is het fascisme de behoeder van de bourgoisie, voor iemand als De Man net de doodgraver ervan.

Wie van deze heren had gelijk?


PS. Over de gespannen verhouding tussen liberalisme en democratie, zie bvb. hier.


Geplaatst in : Algemeen  |  Permalink  |  Reacties (0)


9/12/2008



Ivan

De mediasector is in crisis. Vooral de kranten dan. En de Vrt. Maar dat heeft andere oorzaken. De persbonzen zijn maandag nog gaan praten met minister-president Kris Peeters, maar een vraag tot meer subsidies werd daar niet geformuleerd. Zo meldde althans de kwaliteitspers. Het stemt hoopvol. Anderzijds zijn er een aantal journalisten die van mening zijn dat de overheid toch moet tussenkomen om de kwaliteitspers te redden. Want hun kranten zijn niet meer of minder dan onmisbaar in een democratische samenleving.

 

Wat de huidige crisis in de media betreft, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de negatieve conjunctuur enerzijds en een aantal structurele trends anderzijds. De huidige financiële en economische crisis heeft ook een negatieve impact op de media. Het versterkt de structurele tendenzen, met name dan de dalende inkomsten uit advertenties. Dalende inkomsten die vooral pijn doen voor kranten als De Morgen en De Standaard omdat zij bijna 70% van hun totale inkomsten nu net halen uit advertenties. Populaire kranten als Het Laatste Nieuws putten slechts 30% van hun inkomsten uit de reclamemarkt.  De rest komt vooral van abonnementen en los verkochte nummers.

 

Welke zijn nu die structurele tendensen? Er zijn er een viertal, die complementair zijn aan elkaar. Om te beginnen de opkomst van de nieuwe media. Dat betekent meer concurrentie voor de gevestigde waarden. Ten tweede is er de toenemende “gratis” content. Gratis kranten zijn een voorbeeld. En er is het internet. Consumenten zijn steeds minder bereid om voor content te betalen. Ten derde. Adverteerders kijken meer en meer uit naar alternatieven voor de traditionele printmedia. Kranten verliezen zwaar aan specifieke advertentiecategorieën:  inkomsten uit de zogenaamde “classifieds” (zoekertjes voor huizen, auto’s…), personeelsadvertenties en lokale advertenties dalen fors. Cijfers zijn resp.  - 80% voor de “classifieds” en - 50% voor de personeelsadvertenties. Niet min. Het internet is hier uiteraard de “boosdoener”, en de economische crisis zal het aanbod van dit soort advertenties verder doen dalen. Ten slotte hebben mediabedrijven te maken met vooral vaste kosten die niet gemakkelijk te verlagen zijn. Hoewel. Dat is nu toch wat De Persgroep doet door de redactie van De Morgen onder te brengen in hetzelfde gebouw als dat van Het Laatste Nieuws. Maar mensen ontslaan, blijft al bij al gemakkelijker om kosten te drukken.

 

Christian Van Thillo van De Persgroep, de man die de hakbijl heeft boven gehaald, verklaarde dat verlieslatende kranten geen beslag mogen leggen op de kranten die wel nog goed presteren en winst maken. Hij heeft gelijk.  “Making good things popular”, blijft ook voor kwaliteitskranten een uitdaging.

Maar ik denk dat we de zaak nog ruimte moeten bekijken. Sommige traditionele media, zoals kranten, staan onder druk, om bovengenoemde redenen. Maar de mediasector in zijn geheel blijft zeer dynamisch, afgezien van de gevolgen van de financiële crisis natuurlijk. Wanneer journalisten de gedrukte media via een open brief aan Kris Peeters zo passioneel verdedigen als de behoeders van de democratie, moeten we dat toch met een korreltje zout nemen. Net als de stelling van Paul Goossens dat een kwaliteitspers een publiek goed is, en dat de overheid pubieke goederen moet ondersteunen.

Om met het eerste te beginnen. Stel dat het beheer van het emailverkeer in ons land gebeurt door een onderneming. En stel dat door de daling van het emailverkeer met 6% die onderneming zich genoodzaakt ziet om 25% van zijn personeel te ontslaan. Nu schrijft de CEO van dat bedrijf een open brief (of eerder wellicht een open email) aan de minister-president waarin hij (of zij) verkondigt dat rekening moet worden gehouden met het feit dat email “onlosmakelijk deel uitmaakt van ons sociaal weefsel en de sociale samenhang versterkt”.

Hoe moet de minister-president dan op dergelijke smeekbede reageren? Niet, zou ik zo denken. Het emailverkeer daalt immers omdat gebruikers een beter alternatief hebben gevonden. Het dalend gebruik van email hangt samen met het toenemend gebruik van sociale netwerksites zoals Facebook. En dat is een trend die niet alleen voortvloeit uit de vrije keuze van de consument, maar ook één die wellicht beter is voor ons sociaal weefsel.

 

Dezelfde laissez-faire houding lijkt verantwoord naar de geschreven pers toe. Hun relatieve teloorgang betekent niet noodzakelijk een aanslag op de democratie. Want er zijn alternatieven opgedoken – zoals blogs – die het democratisch gehalte van onze samenleving kunnen versterken. In de geschreven pers wordt nog vaak meewarig gedaan over de online media  maar dat is grotendeels onterecht. Hoe dan ook, als de gebruiker kiest voor de alternatieven, dan moeten we hem in zijn keuze respecteren. 

 

In dit verband nog stelt Paul Goossens in zijn opiniestuk dat de kwaliteitspers een publiek goed is. Deze stelling behoeft enige nuancering. Als hij de pers op zich bedoeld, klopt die stelling immers niet. Kranten op zich zijn geen publieke goederen, maar gewone private economische goederen waarvoor de wetten van vraag en aanbod gelden. Onafhankelijke en kwaliteitsvolle journalistiek daarentegen is wél een publiek goed. Bepaalde trends kunnen daarom aanleiding geven tot enige ongerustheid. In Californië bijvoorbeeld heeft de televisiezender TV50 haar hele redactie ontslagen om het dagelijks nieuws te laten maken door burgers. Bij andere kranten worden bepaalde journalistieke taken verhuist naar andere landen: bij Reuters naar Indië en bij de Financial Times naar de Filippijnen.

Maar dan nog. Het heeft geen zin om, onder het mom van het vrijwaren van een zogenaamde kwaliteitspers, een model dat onder druk staat te ondersteunen. Dat getuigt van een defensieve houding die voorbijgaat aan het dynamisme van de sector in zijn geheel.


Geplaatst in : Media  |  Permalink  |  Reacties (0)


6/12/2008



Ivan

Ik denk toch dat ik interessante dingen te vertellen heb over economie en politiek en dat al gedurende een aantal jaren. Maar niemand blijkt het te merken. Zucht.

PS. Deze wanhoopskreet nu ook weer niet te serieus nemen. Overigens, er zijn er nog die belangwekkende opinies verkondigen, en die ook niet echt in de schijnwerpers geraken, zoals deze hier. Of deze.


Geplaatst in : Over mij  |  Permalink  |  Reacties (0)


4/12/2008



Ivan

De kogel is door de kerk. Bert Anciaux gaat voor een nieuw sociaal project. Nog maar eens. De burger zit er ongetwijfeld op te wachten. Nog eens een nieuw nieuw nieuw sociaal project. En altijd maar weer dezelfde figuren, die nog niet zo lang gelezen keihard door die burger werden afgestraft. Meer valt daar eigenlijk niet over te zeggen. Nog maar eens heel oude wijn in nieuwe zakken. Een project voor Bert Anciaux: de man is immers zelf een sociaal geval geworden.

Geplaatst in : Binnenlandse politiek  |  Permalink  |  Reacties (0)


4/12/2008



Ivan

In de V.S. en daarbuiten, dus ook in België wordt de roep om een nieuwe "New Deal" alsmaar groter. Een paar bedenkingen daarbij.

1) De oospronkelijke New Deal uit de jaren dertig van de vorige eeuw was veel meer dan een investeringsprogramma. Het investeringsaspect ("deficit spending") was slechts één onderdeel van de New Deal van Roosevelt en misschien zelfs wel het minst belangrijke. De New Deal was in de eerste plaats een reguleringsprogramma: in de landbouw, in de industrie, in de financiële sector, inzake de arbeidsmarkt werd overgestapt van een laissez-faire economie naar een gereguleerde economie. En zoals Guy Verhofstadt hier terecht opmerkt is wat we nodig hebben in de reële economie niet regulering, maar deregulering, zelfs op het moment dat we het toezicht op de financiële sector verstrakken. Als men de financiële sector beter wil reguleren, tot daar nog aan toe, maar in de reële economie dient precies het omgekeerde te gebeuren. In België kan gedacht worden aan de wet handelspraktijken die onzinnig streng is (schaf sperperiode af, laat solden toe doorheen het jaar, schaf verbod op koppelverkoop en op verkopen met verlies af...).

2) wat het aspect "deficit spending" van de New Deal betreft, moet er op worden gewezen dat de impact van meer overheidsuitgaven sowieso beperkt zou zijn geweest. Het maximale federale overheidstekort in de V.S. bedroeg in die periode 4,4% van het BBP. Dat was in 1936. De depressie toen was zwaarder, veel zwaarder, dan de financiële crisis nu. Als de federale overheid enkel maar de automatische stabilisatoren laat spelen (verhoogde werkloosheidsuitkeringen omdat er meer werklozen zijn, minder fiscale inkomsten omdat de inkomens minder groeien enz..), ontstaat er vanzelf een tekort van enkele procenten. Hier bovenop nog eens aan deficit spending gaan doen lijkt me onverantwoord. Deze crisis gaat immers voorbij, maar de structurele problemen van vergrijzing blijven bestaan. Op lange termijn zijn steeds meer en meer onder ons nog altijd in leven.

Mijn voorstel is:

1) streng toezicht op de financiële sector. Afbouw van insolvabele activiteiten. Ontmoedig speculatie;
2) liberaliseer de reëele economie, dereguleer de arbeidsmarkt, geen bailouts of ondersteuning specifieke sectoren
3) laat de automatische stabilisatoren spelen, maar doe niet meer dan dat, denk aan de lange termijn.

Deal?


Geplaatst in : Economie  |  Permalink  |  Reacties (0)


3/12/2008



Ivan

Nog maar een jaar geleden stond het land in rep en roer omwille van de sterke prijsstijgingen. Nadat een algemene stijging van het prijspeil jarenlang beperkt was gebleven, keerde het inflatiespook in 2007 volop terug. Intussen maken we ons echter ongerust over het omgekeerde fenomeen: een algemene prijsdaling, of deflatie. Het doet de volgende vraag stellen: wat is eigenlijk de ideale "groei" van het prijspeil? Hoeveel inflatie of deflatie is optimaal?

Voor het antwoord komen we terecht bij niemand minder dan Milton Friedman, boeman van alle anti-neoliberalen. Het bijhouden van cash geld, stelde Friedman, heeft een aantal voordelen. Het vergemakkelijkt zeker de meeste economische transacties. Aan de andere kant staat daar een kost tegenover. Een opportuniteitskost met name. Geld op een bankrekening, kasbons of obligaties brengen interesten op. Cash geld niet. Hoe meer men geld dus in zijn sok bijhoudt, hoe meer men aan interesten verliest. Hoeveel geld men in cash wil aanhouden, hangt dus af van de afweging die consumenten maken tussen de kosten en baten. Als de interestvoeten hoog zijn, zal men bijgevolg minder cash geld aanhouden (de opportuniteitskost van cash geld wordt hoger), en omgekeerd.

Nu leven we in een monatair systeem gebaseerd op centrale banken. Een centrale bank kan in feite kosteloos geld bijmaken. Frieman stelde "there is no free lunch". Maar Robert Lucas repliceerde: hier hebben we er één! Als de centrale bank immers geld bijmaakt, dan is dat voordelig voor de gebruiker, want die beschikt dan gratis over meer cash, wat het aangaan van economische transacties dus vergemakkelijkt. Hij of zij moet er niets voor doen, en aan de centrale bank kost het niets. Echt gratis. Dat Stevaert daar nooit aan gedacht heeft!

Maar als dit de situatie is, dan is het onlogisch voor de gebruiker om het aanhouden van cash te beperken,want daardoor kan minder profiteren van de voordelen ervan. En dus stelde Friedman dat het aangewezen is om elke stimulans die het gebruik van cash geld tegengaat, weg te nemen. Hoe? Simpel natuurlijk: door ervoor te zorgen dat bankrekeningen of effecten zoals obligaties even weinig opbrengen als cash geld. Nu, als op geld geen rente wordt betaald, dan betekent dit concreet dat de nominale rentevoeten op obligaties ook nul moeten zijn. En wat is in dit geval dan het optimaal inflatiepercentage? Wel, de nominale rentevoet is gelijk aan de reële rentevoet plus de verwachte groei van het prijspeil. Stel de nominale rentevoet is n, de reële rentevoet is r, en de verwachte groei van het prijspeil is i (i van inflatie) dan krijgen we: n = r + i. Bij een optimaal beleid is n = 0 en dus is i = - r.

Tatataa: het optimaal percentage aan inflatie is deflatie. Een daling van het prijspeil. En hoe krijg je een daling van het prijspeil? Door minder geld te drukken. Hoezo? We hebben in het begin nog gezien dat de centrale bank geld moest bijdrukken, omdat dit een frree lunch was, en nu moeten centrale banken weer minder geld drukken, omdat deflatie optimaal is? Wat is het nu? Wel, vergeet niet dat we spreken in nominale termen. De hoeveelheid geld daalt in nominale termen. Maar omdat het prijspijl sneller daalt dan de hoeveelheid geld, kan men er in reële termen toch meer transacties mee verrichten. En dus is de consument beter af.

Uiteraard is er kritiek op de regel gekomen. De overheid kan op verschillende manier aan geld geraken om zijn taken te financieren. Eén ervan is het bijdrukken van geld. Maar geld bijmaken veroorzaakt inflatie. Inflatie doet de waarde van het geld dalen en het prijspeil stijgen. De consument kan nu minder kopen. Voor hem speelt inflatie dezelfde rol als een belasting. Nu als centrale banken de rederening van Friedman volgt, kan de overheid inflatie niet gebruiken als een bron van belasting. Als de overheid niet bespaart, zal ze op zoek moeten gaan naar andere inkomsten en bijgevolg andere belastingen verhogen. Nu kan het best zijn dat die verhogingen een dusdanig negatief effect hebben op de economie, dat het aangewezen wordt toch meer gebruik te maken van de inflatietaks. Het hangt ervan af van welke twee vormen van belastingen de negatieve effecten op de economie het grootst zijn.

En wat is het antwoord op deze vraag? Inflatie. Geld is geen afgewerkt product, maar eerder een "intermediair" goed, omdat het in de eerste plaats gebruikt wordt als transactiemiddel. Nu is het belasten van intermediaire goederen een slechte zaak. Het creëert een hele reeks distories. Het maakt niet enkel het produceren van intermediaire goederen duurder en minder efficiënt maar ook het produceren van finale goederen. Veel beter dus rechtstreeks de producten belasten die met behulp van geld worden gerruild. Maar men kan natuurlijk ook altijd de rol van de overheid terug dringen. En deflatie niet noodzakelijk als een groot gevaar afschilderen.


Geplaatst in : Economie  |  Permalink  |  Reacties (0)



Blog


FYI

Links

  Meer/More

Archief/Archives

 August 2010
 Juli 2010
 June 2010
 May 2010
 April 2010
 March 2010
 Februari 2010
 Januari 2010
 December 2009
 November 2009
 October 2009
 September 2009
 August 2009
 Juli 2009
 June 2009
 May 2009
 April 2009
 March 2009
 Februari 2009
 Januari 2009
 December 2008
 November 2008
 October 2008
 September 2008
  Ouder/Older

Hosting by :

 

RSS-feeds

  Blog
FYI
Links

Ads
 
Uw advertentie hier?