title




28/12/2009



Ivan

Bestaat er zoiets als rechtse anarchisten? En hoe verhouden libertarisme en anarchisme zich met elkaar? Luc Van Braekel stelt dat anarchisten per definitie links zijn, want tegen het privébezit. Libertariërs en anarchisten verschillen mekaar omdat eerstgenoemden voorstander zijn van het privébezit en het nodig achten dat er een overheid bestaat die private eigendomsrechten garandeert. Koen Robeys vraagt zich echter af hoe men dan de zogenaamde "anacho-kapitalisten" moet classificeren: zij zijn tegen de staat, maar voor private eigendomsrechten. Zijn anarcho-kapitalisten nu links of rechts?

Net zoals vele andere ideologieën is ook het anarchisme een huis met vele kamers. Het is dus niet eenvoudig om die vraag te beantwoorden. Echter, het afwijzen van privaat bezit, lijkt mij althans, niet de essentie van het anarchisme te zijn. Evenmin zijn geweld en revolutie dat. Het is juist dat vele anarchisten geweld prediken. De eerste zelfmoordterroristen waren anarchisten. De moord op de Russische tsaar Alexander II in 1881 was hun werk. Rond 1900 pleegde de anarchisten en nihilisten wel meer aanslagen, meestal op wereldleiders zoals Koning Umberto I van Italië en de Amerikaanse president McKinley. Zijn moordenaar, een ingeweken Pool, bleek beïnvloed te zijn door anarchisten Alexander Berkman en Emma Goldman, beiden overigens felle tegenstanders van de Sovietunie. De godfather van het revolutionair anarchisme, Michael Bakunin, schuwde geweld overigens evenmin.

Tegelijk is er een belangrijke stroming binnen het anarchisme dewelke geweldloos verzet predikt. Denk aan Ghandi of Tolstoy. Bryan Caplan, zelf een "classical liberal", omschrijft in dit essay deze stroming van anarchistisch maar geweldloos verzet. Caplan kadert dit geweldloos vezet (ook tegen het communisme) overigens binnen het klassiek liberalisme. Volgens hem zijn er dus duidelijk raakpunten tussen libertarisme (classical liberalism) en geweldloos anarchisme. Het Hayekiaanse concept "spontane orde" heeft al bij al een duidelijke anarchistische connotatie. Het komt er op aan de anarchisten het nut van de vrije markt en van private eigendomsrechten te doen inzien.

Anarchisten die dit inzicht aanvaarden, bestonden en bestaan overigens wel degelijk. Binnen het anarchisme is er het individualistisch anarchisme, dat ook liberaal anarchisme wordt genoemd. De bekendste Amerikaanse aanhangers zijn Benjamin Tucker en Lysander Spooner. Van die laatste is No Treason aanbevolen lectuur. (http://praxeology.net/LS-NT...). Individueel anarchisten accepteren het privaat bezit en wijzen geweld af.

En het is dit individueel anarchisme dat aan de basis ligt van het anarcho-kapitalisme of - een term die mijn voorkeur wegdraagt - het marktanarchisme. Murray Rothbard is de voornaamste exponent van dit anarchisme (zie Man, Economy and State en Power and Market). Het belangrijkste verschil met de anarcho-kapitalisten is dat het individualistisch anarchisme meent dat de economische waarde van goederen gevormd wordt door arbeid, terwijl de anarcho-kapitalisten zich vaak baseren op de subjectieve waardeleer van de Oostenrijkse School. Sommige individualistische anarchisten zijn dus wel degelijk beïnvloed door het socialisme. Zij zijn in feite marktsocialisten avant la lettre. Anderen situeren zich duidelijk binnen het traditie van classical liberalism.

Hoe dan ook blijft het doel van beide stromingen dezelfde: een staatloze samenleving. Het individualistisch anarchisme en het anarcho-kapitalisme (marktanarchisme) zijn beide dan ook libertarische ideologieën. Rothbard is anarchist en libertariër. Maar hij wijst ook elke vorm van geweld af, tenzij het gebruikt wordt ter verdediging van iemands eigendomsrechten. De staat, eerder dan een instrument om eigendomsrechten te waarborgen, is in essentie een organisatie die enkel kan bestaan door gebruik te maken van dwang en geweld. Iemand dwingen iets te doen wat hij of zij niet wil doen (opgeroepen worden voor het leger, belastingen betalen...) is per definitie een aanslag op zijn of haar private eigendomsrechten. De markt daarentegen (vandaar dat Rothbard macht tegenover markt plaatst) werkt op basis van het principe van "vrijwillige uitwisseling". Niemand wordt gedwongen een bepaalde transactie aan te gaan. Nee, een ruil op de markt komt typisch op vrijwillige basis tot stand omdat beide partijen er voordeel bij hebben (welbegrepen eigenbelang, wat dus fundamenteel verschilt met egoïsme of hebzucht).

Omdat de staat het geweldsmonopolie bezit, is het gewelddadig en revolutionair anarchisme overigens een gedoemde strategie. De aanslagen op Alexander II, Umberto I en McKinley hebben de machtscentra enkel maar verstrerkt. Bryan Caplan schrijft:

De mogelijkheden van de staat om geweld te gebruiken overschrijdt in grote mate dat van de rebellen. Gewelddadig verzet versterkt meestal de macht van onderdrukkende regimes. Zij kunnen immers met recht en reden claimen dat het gewelddagig verzet repressie vanwege de overheid noodzakelijk maakt. De overheid heeft dus een comparatief voordeel in het gebruik van geweld. Het comparatief voordeel van de bevolking daarentegen ligt in de mogelijkheid om hun medewerking aan de overheid te ontzeggen. Zonder die medewerking kan de staat niet overleven. De weigering om belastingen te betalen, boycotten, algemene stakingen en de weigering om wetten na te leven, zijn dodelijk voor de staat. Deze taktieken zijn geweldloos, maar het universeel en onverminderd gebruik ervan, jaagt de overheid immens veel schrik aan.

Meer nog, het revolutonair anarchisme is niet alleen gedoemd als strategie, het is ook in strijd met het basisprincipe van het anarchisme zelf, namelijk de afwijzing van elke vorm van dwang. Geweld en agressie zijn immers extreme vormen van dwang. Het revolutionair anarchisme van Bakunin is in mijn ogen dan ook geen echt anarchisme. Private eigendomsrechten slaan niet enkel op het bezit van dingen, maar ook op de eigen persoon. Ik en niemand anders kan eigendomsrechten claimen op mijn eigen lichaam. Wanneer iemand anders een gewelddaad pleegt en mij kwetst (letterlijk), dan handelt die persoon in strijd met mijn eigendomsrechten.

Het marktanarchisme, precies omdat het private eigendomsrechten als absoluut beschouwt, is dan ook het enige echte anarchisme. De stelling dat er zoiets als rechts anarchisme bestaat is zo gek nog niet.


Geplaatst in : Libertarisme  |  Permalink  |  Reacties (1)


15/12/2009



Ivan

Paul De Grauwe, zelfverklaard liberaal econoom, schrijft:

Als liberaal ben ik allergisch tegenover verbodsbepalingen. Maar ik heb ook van John Stuart Mill’s klassiek boek On Liberty geleerd dat mijn vrijheid beperkt wordt door de vrijheid van de anderen. Ik kan dus niet zomaar tabaksrook blazen in een ruimte waar andere mensen toegang hebben en hen zo verplichten om ook schadelijke stoffen in te ademen. Ik ben vrij om schadelijke stoffen in te ademen die ik zelf geproduceerd heb, maar als anderen ook die stoffen moeten inademen is mijn vrijheid beperkt. Een rookverbod in plaatsen die publiek toegankelijk zijn is dus geen antiliberale maatregel. Integendeel.

De volgende vraag die zich hier stelt is of de overheid moet optreden en een rookverbod moet uitvaardigen. Kan de vrije markt dit niet zelf oplossen? Als dat kan, dan is zo een oplossing waarschijnlijk te verkiezen boven een verbodsbepaling. In principe kan de vrije markt een oplossing bieden. Er zijn mensen die roken en er zijn er die niet roken. De tweede groep wordt als maar groter. Het is dus denkbaar dat cafébazen zich gaan specialiseren. De ene opent zijn café voor de rokers; de andere voor de niet-rokers. We krijgen een “evenwicht” met twee soorten cafés, eentje voor rokers; en een andere voor niet-rokers. Iedereen is gelukkig.

Er is echter een probleem. Het is niet omdat zo een evenwicht bestaat dat het gemakkelijk spontaan zal gevonden worden door de cafébazen. De reden is de volgende. De cafébaas die vandaag (in de afwezigheid van een algemeen rookverbod) zou beslissen zijn café om te vormen tot een niet-rokers café heeft een dubbel probleem. Ten eerste, moet hij bereid zijn zelf politieagent te spelen en klanten die roken buiten gooien. Sommige van die klanten zijn trouwe bezoekers; sommigen zijn vrienden geworden. Een delicate zaak. Ten tweede, heeft hij heel wat onzekerheid over het effect van zo een unilaterale beslissing. Zullen zijn concurrenten, die geen rookverbodsteken plaatsen in hun café niet gaan lopen met zijn rokende klanten? De cafébaas die iedereen toelaat, rokers en niet rokers, kent dit dubbel probleem niet.

De slotsom is dat het moeilijk zal zijn om spontaan het evenwicht met twee soorten cafés, eentje voor rokers en eentje voor niet-rokers, te realiseren. Op termijn zal het, mijns inziens, wel lukken als de groep van bezorgde niet-rokers groeit. Maar dit proces kan nog een tijdje duren. De overheid kan hier een duwtje geven door een algemeen rookverbod. Ik ben dus voor.

(Heel diepe zucht.) Wat is dat evenwicht waar Paul De Grauwe het over heeft? Als hij een economische evenwicht op de markt bedoelt, dat is dat er een waar vraag en aanbod met mekaar in evenwicht zijn. Dat is niet noodzakelijk een evenwicht waar er café’s zijn waar gerookt kan worden en café’s waar niet-rokers hun gading kunnen vinden. Als er immers geen vraag is naar café’s voor niet-rokers, zal er ook geen aanbod ontstaan. Indien de vraag er wel is, zal ook het aanbod zich realiseren. De markt vindt dus wel degelijk spontaan het evenwicht tussen vraag en aanbod. En op relatief korte termijn. De enige manier om het ontstaan van dergelijk spontaan evenwicht te voorkomen is via overheidsingrijpen, bijvoorbeeld via een verbod (andere voorbeelden zijn bvb. maximumprijzen of minimumprijzen, ook in dat geval zullen er onevenwichten op de markt tussen vraag en aanbod zijn). Immers, wanneer er vraag is naar café’s waar men kan roken, en de overheid verbiedt roken in café’s, zal aan die vraag niet kunnen worden voldaan. Het duwtje in de rug van de overheid zal evenmin een evenwicht tot stand brengen tussen café’s voor rokers en café’s voor niet rokers. Het maakt rokerscafé’s onmogenlijk tout court.

De redenering van Paul De Grauwe rammelt dan ook langs alle kanten. Economisch is ze onzinnig. Is ze liberaal? Hier valt hij terug op het vrijheidsconcept van John Stuart Mill: de vrijheid van de ene wordt ingeperkt door de vrijheid van de andere. Juist. Ik ben het eens met dat concept. Maar zelfs John Stuart Mill trok uit dat concept niet de conclusie dat telkens wanneer iemand de vrijheid van iemand anders inperkt, de overheid met verboden moet gaan zwaaien. De Grauwe begaat hier voor een liberaal onvoorstelbare non-sequitur. Bovendien leidt een verbod zelf ook tot de inperking van vrijheden. Stel het rookverbod wordt ingevoerd. Wat dan met de vrijheid van iemand die zijn sigaretje in een café wil opsteken in de buurt van personen die daar geen probleem rond maken? In dat geval beperkt hij immers de vrijheid van iemand anders niet, en toch mag hij niet roken.

John Stuart Mill was ervan overtuigd dat een behoorlijk functionerende markt met goed afgelijnde eigendomsrechten in staat zou zijn om oplossingen te vinden wanneer de vrijheid van de ene, de vrijheid van anderen zou beperken. Paul De Grauwe is die mening blijkbaar niet toegedaan. Zo allergisch voor verbodsbepalingen is hij blijkbaar dan toch niet. En dus ook niet zo liberaal.


Geplaatst in : Liberalisme  |  Permalink  |  Reacties (0)



Blog


FYI

Links

  Meer/More

Archief/Archives

 August 2010
 Juli 2010
 June 2010
 May 2010
 April 2010
 March 2010
 Februari 2010
 Januari 2010
 December 2009
 November 2009
 October 2009
 September 2009
 August 2009
 Juli 2009
 June 2009
 May 2009
 April 2009
 March 2009
 Februari 2009
 Januari 2009
 December 2008
 November 2008
 October 2008
 September 2008
  Ouder/Older

Hosting by :

 

RSS-feeds

  Blog
FYI
Links

Ads
 
Uw advertentie hier?