Evita Neefs schaart zich in De Standaard aan de kant van Barack Obama die zijn Europese collega’s waarschuwde tegen het te snel stopzetten van de economische stimulus. Neefs wil dat er een halt wordt toegeroepen aan de besparingsdrift van de Europese leiders. Die besparingsdrift dreigt ons sociaal zekerheidssysteem in gevaar te brengen.
Nonsens (why oh why can’t we have a better press corps?).
Enkele maanden geleden nog lanceerde Jean-Pierre Van Rossem zijn eigen stimulusplan. Zijn voorstel bestond erin dat de overheid gedurende een periode van vijf jaar een deel van het spaargeld van de burgers in beslag zou nemen. Ze kregen het uiteindelijk terug, met rente, maar kwijt waren ze in die periode van vijf jaar wel degelijk. Een dwangmaatregel dus.
Met dat geld - tientallen miljarden euro’s - zou dan een mastodont van een staatsbedrijf worden opgericht, dat onmiddellijk honderdduizenden werkzoekenden aan een jobs zou helpen. Dit bedrijf zou dan geleid worden door CEO’s van private ondernemingen en door economisten zoals Paul De Grauwe en Geert Noels. Die CEO’s en economisten moesten dan op zoek gaan naar investeringsprojecten. Het resultaat was een onmiddelijke injectie van koopkracht, een verminderde overproductie en een economisch herstel.
Maar wat als al die extra koopkracht opnieuw zou worden gespaard? Dan wordt het een pure vestzak-broekzakoperatie. Het in beslag genomen spaargeld komt via een omweg terug terecht bij de banken. Zo zijn er nog andere gaten in het idee, maar de belangrijkste hinderpaal is toch wel het planmatig karakter van het ...plan. De planeconomie is bij het voorstel van Van Rossem volledig terug. De overheid die beslist wat met het spaargeld van de burgers wordt gedaan, de overheid die honderduizenden werklozen tewerk stelt, de overheid die de investeringsprojecten kiest. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de overheid zo’n taak tot een goed einde kan brengen, met of zonder hulp van private CEO’s en economisten.
Punt is dat de Europese besparingsdrift helemaal niet tegengesteld hoeft te zijn aan het stimuleren van de economie. Het voorstel van Van Rossem had vooral de verdienste dat er geen geld werd bijgecreëerd en dat het overheidstekort en bijgevolg de rente niet steeg.
Maar er zijn betere alternatieven.
Waarom verlagen we niet massaal de personenbelasting alsook de werkgeversbijdragen? De verlaging van de personenbelasting vertaalt zich direct in een verhoging van de private koopkracht. En een verlaging van de werkgeversbijdragen zet de bedrijven ertoe aan extra mensen in dienst te nemen. Ook dat stimuleert de economie. Het is dus niet nodig om spaargeld van de mensen in beslag te gaan nemen en een nieuw overheidsbedrijf op te richten.
Maar lopen hierdoor de overheidstekorten niet op, en daardoor de rente? Deels wel en deels niet. Er zijn uiteraard terugverdieneffecten, waarvan we kunnen aannemen dat die in tijden van crisis en overproductie, groter zijn dan anders.
Daarop volledig vertrouwen zou echter verkeerd zijn. Net daarom is die besparingsdrift zo belangrijk. Om deze vrij simpele maar effectieve stimulus voor de economie mogelijk te maken en zelfs te versterken, moet de overheid de tering naar de nering zetten. Hierdoor worden de tekorten gedrukt en stijgt de rente niet. Bovendien kan de burger erop vertrouwen dat de overheid in de toekomst de belastingen niet opnieuw moet verhogen om het tekort te dichten. Dit vertrouwen vertaalt zich doorgaans in meer consumptieuitgaven. Besparen bij de overheid is dus stimuleren van de private consumptie.
Bewijzen stapelen zich bovendien op dat het terugdringen van de overheidsuitgaven geen negatieve impact heeft op de economische groei, geen noemenswaardige gevolgen heeft inzake inkomensongelijkheid, en net de redding van de sociale zekerheid kan betekenen.
Dat is het Europa dat we willen uitbouwen, Evita!