title




29/09/2008



Ivan

Het veertig jaar te laat gearriveerd huwelijk tussen Wilfried Martens en Miet Smet roept bij mij volgende bedenking op. Hier heb je twee onberispelijke christenmensen die zich blijkbaar niet te veel aantrekken van het sacrale karakter van het huwelijk. Het moet de verdedigers van het huwelijk als heilige institutie toch aan het denken zetten. Oerconservatieven (het woord is ditmaal goed gekozen) als G.W. Bush die tegen het homohuwelijk zijn omdat dit afbreuk zou doen aan de "sanctity of marriage",  lijken niet te beseffen dat het begrip vooral wordt uitgehold door frapatsen zoals dat van bovenvermeld christelijk duo. Niet de openstelling voor homo’s en lesbiennes betekent een Smet op het sacrale maar wel het gedrag van zij - hetero of homo - die het blijkbaar zeer moeilijk hebben met beloftes zoals deze van eeuwige trouw in voor- én tegenspoed.

Geplaatst in : Algemeen  |  Permalink  |  Reacties (1)


23/09/2008



Ivan

Liberale tegenstanders van het anarchisme wijzen er vaak op dat een economie op anarchistische leest geschoeid (anarcho-kapitalisme, of beter, marktanarchisme) in feite onmogelijk is. Je hebt immers een overheid nodig die minstens zorgt voor het garanderen en afdwingen van private eigendomsrechten. De enige vorm van anarchisme die voor die liberale critici haalbaar is (maar daarom nog niet wenselijk) is het minarchisme. In dergelijk systeem wordt alles vrij gelaten, behalve het garanderen van eigendomsrechten, wat dus een taak is voor de overheid.

Vanzelfsprekend kunnen marktanarchisten een eind met die kritiek mee te gaan. Private eigendomsrechten moeten door één of andere instelling worden gegarandeerd en het is verre van duidelijk dat de alternatieven voor de staat (zoals de maffia) te prefereren zijn. Sommige anarchisten vinden echter van wel: het werk van Peter Leeson of David Freedman zijn daar een voorbeelden van. Hoe dan ook, enkel en alleen het feit dat die alternatieven bestaan en functioneren, duidt erop dat het garanderen van eigendomsrechten geen publiek goed is, en dat een staatsmonopolie niet onvermijdelijk is. Maar wie zegt, geen monopolie van de staat, zegt marktanarchisme.

Bovendien, en dit onderscheid is essentieel, bestaat er een verschil tussen natuurlijke eigendomsrechten en artificiële eigendomsrechten. Zelfs indien de staat een monopolie heeft, dan slaat dit monopolie sowieso enkel op het garanderen van natuurlijke eigendomsrechten. De staat kan nooit de bron zijn van die rechten, die bestaan immers los van de garantie van de staat. Anders zouden ze niet "natuurlijk" zijn. Dit in tegenstelling tot artificiële eigendomsrechten die door de staat bij wet worden toegekend.

Laat mij dit wat verduidelijken. Materiële goederen zijn doorgaans schaars. De laptop waarop ik deze woorden typ, is van mij. Het is mijn eigendom want ik heb deze pc via een transactie op de markt gekocht van iemand anders. Het feit dat die pc van mij is, houdt meteen ook in dat ze niet van iemand anders kan zijn. Wanneer die persoon de pc zonder mijn akkoord overneemt, dan is dat diefstal. Nu, zelfs indien er geen overheid zou zijn om mijn eigendom tegen diefstal te beschermen, blijft die pc van mij. En van niemand anders. Mijn eigendomsrecht is natuurlijk, niet omdat de staat zegt dat dit mijn eigendom is (het zou maar erg zijn).

Alhoewel de staat zelf dus niet de bron van natuurlijke eigendomsrechten is, kan ze integendeel de uitoefening ervan wel beperken, zelfs in naam van het garanderen ervan. Dat is nu net het ironische aan de staat, zelfs de minimale staat. De staat moet, als ze de opdacht heeft om natuurlijke eigendomsrechten te verdedigen, de beschikking hebben over een apparaat om voor die garantie te zorgen: bureaucraten, politie, leger. Om dat apparaat in stand te houden, zijn belastingen nodig. Ik ben dus verplicht een deel van mijn eigendom aan de staat af te staan, zodat de staat mijn eigendom kan verdedigen. In een situatie van marktanarchie beslis ik zelf of ik een instantie inschakel om mijn eigendom te verdedigen en bepaal ik vrij wie dat doet: hier vindt dus geen aanslag op mijn eigendomsrechten plaats. Ik ga immers een vrijwillige transactie aan.

Nu zijn uiteraard niet alle goederen schaars. Dit geldt per definitie niet voor immateriële goederen zoals ideeën. Als ik een idee heb, en ik zet dit idee op deze weblog, dan wordt dit idee als het ware publiek bezit. Ik bezit dit idee, als bedenker ervan, maar niet alleen. Ook al diegene die het idee lezen, "bezitten" het. Iedereen kan dus dit idee overnemen en het gebruiken, misschien er zelfs een aardige winst mee opstrijken. En nu komt het punt: als iedereen dit doet, zonder mijn toestemming, ben ik zelf dit idee niet kwijt. Het is nog steeds mijn bezit, want ik maak zelf deel uit van "het publiek". Diefstal van een onschaars goed is per definitie onmogelijk. Ik steel lucht niet als ik het inadem, omdat er nog voldoende lucht over is voor al de rest.

Tenzij de staat tussenkomt om een privaat eigendomsrecht te creëren. Dergelijk privaat eigendomsrecht is dan artificieel, want zonder tussenkomst van de staat zou mijn idee publiek bezit blijven (tenzij ik mijn idee geheim houd natuurlijk – maar geheimhouding is een natuurlijk privaat eigendomsrecht en perfect legitiem). Patenten, copyrights en dergelijke zijn zulke artificiële private eigendomsrechten. En dus geen natuurlijke rechten.

Moet de overheid dergelijke artificiële rechten toekennen? Veel anarchisten/libertariërs menen van niet. Is dat niet merkwaardig? Libertariërs zijn toch verdedigers van private eigendomsrechten? Ja, van natuurlijk eigendomsrechten. Niet noodzakelijk van eigendomsrechten die worden gecreëerd door de staat. Omdat de staat voor anarchistische libertariërs een illegitieme instelling is.

Bovendien is het zo dat artificiële eigendomsrechten haaks kunnen staan op natuurlijke rechten. Een voorbeeld. Als ik een muzikale cd koop, dan mag ik met mijn nieuw bezit niet doen wat ik wil. Ik kan de cd zelf wel afspelen, of stuk maken, zelfs vernietigen. Ik kan wellicht één kopij maken voor thuisgebruik, en ik kan ze verder verkopen. Dan houdt het op. Ik mag de muziek niet kopiëren op een lege cd of op mijn pc en dan verder verspreiden via het internet, zonder toestemming van de rechtenhebber (van een artificieel recht). Ik mag dat niet doen zelfs indien ik er geen profijt uit haal. Nochtans is die cd mijn eigendom, ook de muziek die erop staat. Als je vindt van niet: waarom kost een muziek-cd dan meer dan een lege cd? Met andere woorden, het bestaan van die artificiële rechten beperkt mij in de uitoefening van mijn natuurlijke eigendomsrechten. O ironie, weerom om eigendomsrechten te creëren en af te dwingen beperkt de staat de uitoefening van natuurlijke eigendomsrechten.

Ten slotte wijzen sommige libertariërs erop dat door de overheid toegekende artificiële rechten privileges doen ontstaan, of zelfs een geprivilegieerde kaste (om de beladen term klasse niet te moeten gebruiken). Een artificieel geprivilegieerde kaste dan nog, die afhankelijk is van de staat: we denken natuurlijk in de eerste plaats aan bureaucraten of aan zoiets als de nomenclatura. Verwerpelijk vanuit libertarisch standpunt. Maar waarom zou hetzelfde dan niet gelden voor de kasten die hun privileges te danken hebben aan artificiële eigendomsrechten zoals patenten en copyrights?

Kortom, echte verdedigers van natuurlijke eigendomsrechten kunnen niet anders dan concluderen dat we hiervoor de staat niet nodig hebben. Integendeel.


Geplaatst in : Economie  |  Permalink  |  Reacties (0)


20/09/2008



Ivan

Iemand heeft ooit gezegd, ik geloof dat het in gesprek was met Mathias Declercq, dat The Open Society and It’s Enemies van Karl Popper leest als een thriller. Mathias is namelijk een grote fan van Karl Popper en van dat boek.

Een “pageturner”, was het woord dat die persoon gebruikte. Een opmerkelijke uitspraak over een gortdroog filosofisch werk. Doch, ze klopt als een bus, zeker wat het eerste deel betreft, dat handelt over de filosofie van Plato.. Het begint al met de titel. The Spell of Plato. De betovering van Plato. Een betovering die zo sterk was dat een filosoof ooit heeft opgemerkt dat al de filosofie niet meer was dan een voetnoot bij het majestueuze bouwwerk van Plato.

Het doel van Popper is duidelijk: de betovering doorbreken. De auteur neemt zijn lezers au serieux. Popper schrijft helder en duidelijk. Hier geen hoogdravende woordenkramerij  zoals bij Hegel of Heidegger. Maar tegelijk wordt enige parate kennis en intelligentie verwacht.

Langzaam bouwt Karl Popper de spanning op. Pagina na pagina worden de tipjes van sluier opgelicht. Wanneer op het einde de “clue” duidelijk wordt, is de betovering dan ook meteen doorbroken. Aan het einde blijkt inderdaad dat Plato’s filosofie en visie op de goede samenleving niet betoverend is, maar eerder iets om depressief van te worden.

Een samenleving waar alle verandering is stopgezet, waar elke individualiteit is uitgewist en iedereen dienstbaar moet zijn aan de staat. En de staat een instrument is in handen van de filosoof-koning. L’etat, c’est moi, werd kennelijk nooit uitgesproken door Lodewijk IV. Maar in plaats van de Zonnekoning kon het even goed een uitspraak zijn geweest van de filosoof-koning.

En dan komt de “clue”. Die filosoof-koning is, inderdaad, Plato zelf. Heel die filosofie uitgewerkt tot eer en glorie van zichzelf. Betoverend? Allerminst. Uiteindelijk blijkt Plato een zielepoot, waar je geen bewondering meer voor koestert, maar eerder medelijden. De betovering is gebroken.

En daarmee heeft Karl Popper niet alleen een thriller geschreven, maar tevens de open samenleving een belangrijke dienst bewezen.


Geplaatst in : Boeken  |  Permalink  |  Reacties (1)



Blog


FYI

Links

  Meer/More

Archief/Archives

 August 2010
 Juli 2010
 June 2010
 May 2010
 April 2010
 March 2010
 Februari 2010
 Januari 2010
 December 2009
 November 2009
 October 2009
 September 2009
 August 2009
 Juli 2009
 June 2009
 May 2009
 April 2009
 March 2009
 Februari 2009
 Januari 2009
 December 2008
 November 2008
 October 2008
 September 2008
  Ouder/Older

Hosting by :

 

RSS-feeds

  Blog
FYI
Links

Ads
 
Uw advertentie hier?