14/09/2004 Weg met de suikersubsidies
Dirk Verhofstadt schreef een goede column over de Europese suikersubsidies. Het opiniestuk werd gisteren gepubliceerd in De Tijd en is ook te vinden op de website van Liberales. Hij schrijft:
Vorige week betoogden enkele honderden boeren in Ieper tegen het voornemen van de Europese Commissaris Franz Fishler om de steun aan de Europese suikerbietentelers te verminderen. Minister-president Yves Leterme, die zelf ook bevoegd is voor landbouw, sloot zich onmiddellijk aan bij hun eisen en verklaarde dat ons land zich zou verzetten tegen het voornemen van de Commissie. Daarmee toont hij aan dat hij de belangen van de suikerlobby belangrijker vindt dan het lot van miljoenen landbouwers in de Derde Wereld. Daarmee schrapt hij ook de volgende passage uit zijn regeerakkoord: "We streven er naar om in onze samenwerking met de ontwikkelingslanden de markttoegang van de producten uit die landen te bevorderen."
Wat de Europese Commissie voorstelt is niets meer dan een (te) langzame afbouw van het protectionistisch landbouwbeleid waar ondermeer suikerboeren al vier decennia profiteren. Jaarlijks ontvangen ze immers overheidssteun in de vorm van restituties, exportsubsidies en productiequota. De productie van één ton witte suiker in Europa kost ongeveer 675 euro, in minder ontwikkelde landen bedraagt de kostprijs slechts 285 euro. Toch beheerst Europa de wereldmarkt van witte suiker. Het produceert jaarlijks meer dan 20 miljoen ton, importeert bijna 2 miljoen ton en consumeert zelf 16 miljoen ton. Het overschot van 6 miljoen ton wordt deels met exportsubsidies en deels met dumpingpraktijken op de wereldmarkt gebracht. Goedkopere suiker uit andere landen zou in Europa gemakkelijk afgenomen worden maar de Europese Unie verhindert dit door het opleggen van invoertarieven die tot 140 procent kunnen bedragen. Dit alles zorgt ervoor dat de internationale prijzen nog meer naar beneden geduwd worden, dat landbouwers uit de ontwikkelingslanden geen enkele kans maken en dat Europese consumenten meer moeten betalen voor hun suiker en producten waarin witte suiker verwerkt wordt.
Tegen deze oneerlijke Europese subsidiepolitiek dienden Brazilië, Australië en Thailand een klacht in bij de Wereldhandelsorganisatie. Die veroordeelde de bestaande praktijken wegens concurrentievervalsend en bijzonder nadelig voor de arme landen. Protectionisme is zowel economisch als moreel verwerpelijk. Het is een vorm van egoïsme van de rijke landen die hun politieke en economische macht misbruiken door producten uit arme landen de toegang tot hun markten te weigeren en door hun eigen producenten met overheidssteun te bevoordelen. Het belemmert echte vrijhandel en veroordeelt miljoenen boeren in de Derde Wereld tot armoede. In plaats van zich te verzetten tegen de afbouw van de protectionistische suikerpolitiek in Europa zou Yves Leterme, overeenkomstig zijn eigen regeerakkoord, eerder moeten pleiten voor de volledige afschaffing van de importheffingen, productiesteun en exportsubsidies rond suiker. Alleen op die manier ontstaat eerlijke concurrentie, zullen boeren in de ontwikkelingslanden kansen krijgen, zullen Europese consumenten minder betalen en zal ook het milieu - door de afbouw van de intensieve suikerbietenteelt - er beter van worden. De Europese landbouwpolitiek moet stoppen met het ondersteunen van de suikerbaronnen en haar middelen besteden aan de reconversie van kleine landbouwbedrijven.
Het gebrek aan een echte vrijhandel is één van de belangrijkste redenen voor armoede en de leiders van de rijke landen hebben dan ook de plicht om elke vorm van protectionisme te bestrijden. Binnen een geglobaliseerde wereld moeten alle invoerrechten en subsidies worden afgeschaft om honderden miljoenen mensen uit de armoede te halen. En het moet snel gaan want ‘honger kan niet wachten’, zoals de Braziliaanse president Lula da Silva terecht stelt. De Peruaanse president Alejandro Toledo eist van de rijke landen dat ze consequent zijn: ‘Doe wat jullie van ons vragen: open uw markten’. Ook Nelson Mandela is niet gekant tegen de globalisering maar dan alleen ‘als iedereen er baat bij heeft’. Economisch sterke landen mogen de arme niet domineren en uitbuiten. Het is dan ook moreel bedenkelijk dat men nu drukkingsgroepen achterna holt die er alleen op uit zijn om hun privileges te beschermen ten koste van de armen in de wereld.
Dirk Verhofstadt stelt ook vast dat Oxfam België en Oxfam International in deze er tegengestelde meningen op na houden:
Opmerkelijk was ook de openlijke steun van Oxfam Solidariteit aan de actie van de suikerboeren. Daarmee kant de Belgische afdeling van Oxfam zich regelrecht tegen het standpunt van haar eigen overkoepelende organisatie. Op 9 september 2004 juichte Oxfam International de beslissing van de Wereldhandelsorganisatie, die de Europese suikerpolitiek had veroordeeld, volmondig toe. Oxfam was zelfs de drijvende kracht achter de ‘Make Trade Fair’ campagne waarbij het op korte termijn pleitte voor de volledige afschaffing van exportsubsidies, het verminderen van de Europese productiequota, het afbouwen van de invoerbeperkingen en het stimuleren van een duurzame suikerproductie. Uit hun studies blijkt dat door de Europese importbeperkingen landen als Mozambique, Malawi en Ethiopië tientallen miljoenen euro’s verliezen. Heel vreemd dat een organisatie als Oxfam, die zou moeten opkomen voor solidariteit tussen volkeren, zich voor de kar van de suikerlobby spant door zich te verzetten tegen een eerste, in feite nog onvoldoende, stap naar de afbouw van protectionisme.
Eigenlijk was dat wel te verwachten. Het is het gevolg van een soort taalgebruik die heel onprecies is en die een feitelijk analyse onmogelijk maakt. Taalgebruik waar - helaas - ook Dirk Verhofstadt zich wel eens aan bezondigd. Ik bedoel het gebruik van termen als eerlijk, fair, rechtvaardig, solidariteit. De pamfletten van Oxfam staan er bol van, maar nooit wordt uitgelegd wat er precies mee wordt bedoeld. Wat betekent zoiets als "eerlijke concurrentie" of "eerlijke handel" in internationaal verband? Tuurlijk het feit dat de prijs die landbouwers in Europa krijgen voor suiker 675 euro bedraagt, terwijl dit voor boeren in ontwikkelingslanden maar 285 euro is, is oneerlijk en onrechtvaardig, zegt Oxfam Internationaal. Ja maar, zegt Oxfam België, als boeren in België zonder die subsidies over de kop gaan is dat ook oneerlijk. Zegt Oxfam Internationaal: maar met subsidies, komen de boeren in Brazilië om van de honger... De volgende vraag wordt dan: Wat is nu het meest oneerlijke? En zo gaat het maar door, zodat men er zelfs binnen Oxfam niet meer uitgeraakt.
Gepost door/Posted by: Ivan
Reacties/Comments
| Comments are closed. Geen commentaar meer mogelijk. |