De Amerikaanse economie draait als een tierelier. Enkele cijfers:
– het vermogen van huishoudens is op één jaar met 7,1% gestegen wat meer is dan gedurende de hele termijn van de Biden-administratie;
– inflatie is gezakt tot 2,6%, gasprijzen staan op het laagste niveau in jaren;
– het handelstekort is met bijna 40% gezakt in november ten aanzien van een maand eerder en staat nu op het laagste niveau sinds 2009;
– de productiviteitsgroei is in het laatste kwartaal van 2025 gestegen naar 4,9%, de hoogste groei in zes jaar;
– de arbeidskost is gedaald met 1,9%.
Op basis van deze gegevens voorspelt de Fed van Atlanta dat de groei van het BBP in het laatste kwartaal 5,4% zal bedragen. Daarmee zou de Amerikaanse economie over het hele jaar met 3,25% groeien. Op basis van deze gegevens zegt de Amerikaanse minister van economie Howard Luttnick dat de economische groei in 2026 wel eens 6% zou kunnen bedragen, tenminste als de Amerikaanse centrale bank de rente verder verlaagd.
Dat laatste zou best wel eens kunnen aangezien het inflatiespook geweken blijkt te zijn, terwijl de Amerikaanse arbeidsmarkt nog altijd tekenen van zwakten vertoont. Of daarmee 6% mogelijk is, blijft echter een open vraag. Hoe dan ook lijkt het zeer wel mogelijk dat de Amerikaanse economie de komende jaren op een hogere groeipad terecht komt zonder inflatoire gevolgen. Dat is ook de boodschap van een recente paper van Nouriel Roubini, die nochtans bekend staat als Dr. Doom. Hij voorspelde als een van de weinigen de financiële crisis van 2008 en de bijhorende “grote recessie”. Dus als hij zeg dat de Amerikaanse economie de komende jaren wel eens met 4% per jaar zou kunnen groeien dan kunnen we maar beter luisteren.
De groei van de productiviteit is de sleutel. Als deze op een duurzaam hoger groeipad terecht komt dan wordt plots veel mogelijk. Heel veel. Maar daarover straks meer. Kan deze productiviteitsgroei op dit hoger pad terecht komen? Ja volgens Nouriel Roubini. Het is zelfs zeer waarschijnlijk.
Technologie zal de drijver hiervan zijn, met name AI. De reden daarvoor is dat de regering-Trump een hele reeks stappen heeft gezet die rechtstreeks en onrechtstreeks de technologische innovatie en de productiviteit zal stimuleren:
- een voorspelbaar en gunstig investeringsklimaat
- het permanent maken van de 2017-belastingverlagingen op arbeid, kapitaal en ondernemingen
- dereguleringen
- verlaging energiekosten
- een (bescheiden) beperking van de uitgaven specifiek op het domein van het elimineren van verspillingen
- het stimuleren van innovatie in nieuwe technologieën zoals AI
Het lijkt er dan ook sterk op dat de productiviteitssprong naar 4,9% geen toevalstreffer was. Als dit zich doorzat staat er de Amerikaanse economie heel wat moois te wachten.
In de eerste plaats wordt hierdoor groei mogelijk zonder inflatie. Productiviteitsgroei werkt immers deflationair. Door de hogere productiviteit is het immers mogelijk om evenveel of meer te produceren tegen lagere (eenheids)kosten waardoor de prijzen dalen.
Ten tweede kan hiermee een mogelijk uiteenspatten van de beurszeepbel worden voorkomen. Vrijwel iedereen is het erover eens dat de aandelen overgewaardeerd zijn, misschien zelfs een zeepbel vormen. Zeepbellen hebben de tendens uit mekaar te spatten. Een groei van de productiviteit zou dit kunnen voorkomen. Hoe? Dan moeten we eerst weten hoe kan worden bepaald of aandelen overgewaardeerd zijn of niet. Meestal doet met die via de koers/winst verhouding te berekenen. Als de koers te hoog is dan aanzien van de winst dan is een aandeel overgewaardeerd. Eens men dit beseft, worden de aandelen massaal gedumpt en daalt de koers. De koers/winst verhouding keert terug tot een normaal niveau (of zelfs, in geval van paniek, tot een te laag niveau).
Maar een ratio heeft natuurlijk twee kanten. Er is niet alleen de teller maar ook de noemer: de winst (of “earnings”). Ook die kan stijgen of dalen. En aangezien een hogere productiviteitsgroei de winst en dus de noemer zal toen toenemen, verdwijnt hierdoor vanzelf de overwaardering van de aandelenmarkt, zonder het uiteenbarsten van de beurszeepbel, en dus zonder financiële crisis. Op termijn zou de aandelenmarkt wel eens ondergewaardeerd kunnen worden, aldus Roubini. Vraag is wel of de productiviteitsgroei op tijd komt om het uiteenbarsten te voorkomen. Al kan de creatie van optimistische toekomstverwachtingen op dit vlak al voldoende zijn.
Ten slotte is er nog de mogelijkheid van een nieuwe schuldencrisis. Want zowel de staatsschulden als de private schulden zijn nog steeds torenhoog. Zo is de kredietkaartenschuld historisch hoog en de spaarquote historisch laag. Ook hier echter kan de hogere productiviteitsgroei soelaas bieden. Het is met schulden eigenlijk hetzelfde verhaal als bij de aandelenmarkt (eigen vermogen). Ook hier zijn er twee kanten aan het verhaal. Wat maar al te vaak vergeten wordt. Men kijkt vaak alleen naar het (nominale) schuldbedrag. Maar naast de schulden (passiva) zijn er ook de activa. Hoe meer activa, hoe meer schuld men kan dragen, en vice versa. Als we ons beperken tot de staatsschuld, dan kan de overheid een schuldencrisis vermijden, wanneer het voldoende activa heeft om de schulden te kunnen dragen. Of dit het geval is, is nog maar de vraag. In elk geval is het zo dat de Trump-regering zeer ijverig bezig is om activa op te bouwen (Venezuela iemand?) oa. via een “sovereign wealth fund” (SWF). Ook gezinnen en bedrijven worden aangemoedigd om activa en dus eigen vermogen te accumuleren.
Maar misschien moeten we het zover niet zoeken. Naar analogie met de beurs, kunnen we ook immers voor de overheid een soort van prijs/koers-verhouding berekenen. In dit geval spreken we dan over de verhouding overheidsschuld/BBP. Welnu, wanneer het bruto binnenlands product stijgt (als gevolg van de productiviteitsgroei), dan stijgen immers ook de inkomsten van de overheid (hogere belastingopbrengsten…). Bij gelijkblijvende schuld daalt dan de schuldratio. Maar zelfs wanneer de overheidsschuld blijft stijgen, kan de ratio dalen of op zijn minst stabiliseren. Uitgaande van de 4% groei, is een significante daling van de schuldratio volgens Roubini zeer waarschijnlijk de volgende twee decennia. En dus is een schuldencrisis althans bij de overheid vermeden. En dit alles zonder besparingen noch belastingverhogingen, die een negatief effect kunnen hebben op de economische groei.
Overigens zijn er nog andere manieren waarop de Trump-regering bezig is om de inkomsten van de overheid op te drijven: via de tarieven worden honderden miljarden opgehaald, er worden participaties genomen in winstgevende ondernemingen zoals Intel, en niet zo lang geleden moest Facebook 16 miljard dollar ophoesten aan de Amerikaanse overheid (werd dit bedrag in het SWF gestort?).
Dit alles maakt dat de dollar voor de voorziene toekomst zo goed als zeker de wereldreservemunt zal blijven, ook omdat er geen echte concurrent die rol zal kunnen overnemen. De val van de dollar is niet voor morgen omdat de val van de Amerikaanse economie niet voor morgen is. Integendeel, Trump zou met zijn nieuwe “golden age” er misschien wel eens niet ver naast kunnen zitten.
